PPS voor gezamenlijk doel
‘In Nijmegen hebben we verschillende ervaringen met publiek-private samenwerking. De PPS Waalsprong is in 2010 tijdens de crisis uit elkaar gevallen, maar Waalfront, een andere gebiedsontwikkeling die wij als gemeente samen met BPD doen, heeft de economische crisis overleefd en bevindt zich nu in de laatste fase. Ondanks grote verliezen op de grondexploitatie tijdens de crisis is BPD doorgegaan. Dat is maar goed ook, want de bedrijven die er zaten waren al weg en we wilden aan het Waalfront een nieuw stuk stad toevoegen, met 2.200 woningen voor 5.000 mensen. Sinds 2018 ben ik als wethouder betrokken en ik kan niet anders zeggen dan dat we een prettige samenwerking hebben. Transparant met open boeken en dat geeft vertrouwen. Het voordeel van een PPS-constructie is dat je elkaar gedurende het hele ontwikkelingsproces nodig hebt om tot het beste resultaat te komen. Tegelijkertijd maakt die intensievere samenwerking het mogelijk om snel te schakelen als dat nodig is.’
Andere opgave
‘Gemeenten en ontwikkelaars hebben niet altijd op alle vlakken dezelfde belangen, maar we hebben steeds goed samen kunnen werken met het gezamenlijke doel voor ogen om de best mogelijke en haalbare nieuwe wijk te realiseren. Tegenwoordig werken we op onze eigen grond meer met het concessiemodel, waarbij een marktpartij het recht krijgt om een gebied te ontwikkelen. Dat heeft te maken met de fi nanciële risico’s die we als gemeente zoveel mogelijk proberen te beperken. Hoewel je ook in die situatie als gemeente samenwerkt met de ontwikkelaar, is het nadeel daarvan wel dat je als gemeente meer op afstand staat.’
Het snelle schakelen is een voordeel, ondanks de verschillende belangen
Flexibiliteit inbouwen
‘In een klassieke PPS waarin je de ontwikkeling van een gebied gezamenlijk draagt, kan je intensiever samenwerken, snel inspelen op nieuwe marktontwikkelingen en de kwaliteit beter bewaken. Ik kan mij voorstellen dat we in een situatie waarin een wijk (her)ontwikkeld wordt op grond die niet van de gemeente is, we weer in een PPS als die van Waalfront stappen. Want dat kan een manier zijn om mee te sturen op de ontwikkeling van het betreff ende gebied. Een les uit de PPS Waalfront voor mij is dat we als samenwerkende partijen minder in blauwdrukken moeten denken. Het idee dat je een plan maakt en dat exact zoals bedacht uitvoert, is een illusie. Een gebiedsontwikkeling duurt zomaar vijft ien tot twintig jaar en in zo’n periode verandert de wereld wel een paar keer. Dat hebben we in Waalfront ook gemerkt. Het zou goed zijn flexibiliteit in te bouwen; in het programma, de duurzaamheidseisen, mobiliteit, noem maar op. Dat is alleen nog best lastig, want je moet een grondexploitatie aan het begin van de gebiedsontwikkeling toch dichtrekenen. Maar dat zou ik wel een mooie uitdaging vinden.’