De (toekomstige) manier van samenwerken

Om gebieden succesvol te ontwikkelen, zijn publieke en private partijen op elkaar aangewezen. Na een periode van terughoudendheid wint PPS weer aan terrein. De urgente opgaven rond woningbouw en leefbare, veerkrachtige wijken vragen om vernieuwde samenwerking. Expert Theo Stauttener geeft zijn visie op de toekomst van PPS.
  • Publicatiedatum: 15 maart 2026
  • Auteur: Joost Zonneveld
  • Gerelateerde pagina: BPD Magazine #24

‘Ik denk dat je wel van een revival van publiek-private samenwerking kan spreken. In de Vinex-periode zagen we het veel, maar in de financiële crisis rond 2010 hebben veel gemeenten een trauma opgelopen. Projecten gingen niet door, de samenwerking werd beëindigd en gemeenten kregen vanwege de verliezen van destijds koudwatervrees voor risicodragende samenwerking met marktpartijen in gebiedsontwikkeling. Maar je ziet nu eigenlijk in het hele land, en zeker in de grote steden, dat gemeenten weer actiever worden, meer risico durven nemen. Hoewel dat behoedzamer gebeurt dan voorheen. Er zijn drie belangrijke redenen waarom gemeenten de samenwerking met private partijen weer aangaan. Ten eerste realiseren gemeenten zich dat zij hun rol moeten pakken om zo snel mogelijk meer woningen te realiseren. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld het versnipperde grondeigendom in binnenstedelijke transformatiegebieden bij elkaar krijgen. Ten tweede zit er in binnenstedelijke gebieden zoals spoorzones veel publiek geld, dat gemeenten van het Rijk krijgen. Op de besteding daarvan willen gemeenten invloed houden, ook omdat ze zich moeten verantwoorden naar het Rijk. Ten derde zijn er nieuwe opgaven zoals deelmobiliteit, waar samenwerking tussen publieke en private partijen voor de hand ligt.’

Theo Stauttener Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling ©Janita Sassen
Theo Stauttener is partner bij Stadkwadraat en is expert op het gebied van fi nancieel en risicomanagement in gebiedsontwikkeling. Daarnaast doceert hij aan de Universiteit Utrecht.
Samenwerking per opgave

‘Merwede in Utrecht is een mooi voorbeeld van dat laatste punt. De ambities op het gebied van deelmobiliteit zijn daar heel hoog. En daar heeft eigenlijk iedereen baat bij: er kunnen daardoor meer woningen komen en dat biedt kansen. Publieke en private partijen zien deelmobiliteit als een gemeenschappelijke opgave en in Utrecht is daarvoor een mobiliteitsbedrijf opgezet, waar alle eigenaren – publiek en privaat – in participeren. Daarnaast is in Merwede een PPS voor (duurzame) energie in de maak. Voor de grondexploitatie koos de gemeente voor een contract met de marktpartijen. Je ziet dat er per opgave dus goed gekeken wordt welke manier van samenwerking tussen publiek en privaat het beste past, wat het meest efficiënt is en hoe de risico’s het beste verdeeld kunnen worden.’

Er zijn meerdere redenen waarom gemeenten deze samenwerkingsvorm weer aangaan

Beste gebied als uitgangspunt

‘Naast het voorbeeld van de publiek-private samenwerking in het mobiliteitsbedrijf is Merwede ook op een ander vlak interessant. Bij Stadkwadraat hebben we bedacht om samen met alle grondeigenaren – waaronder de gemeente – eerst het plan te maken waarvan iedereen vindt dat dat het beste voor het gebied is. Kortom: waar moet wat komen en hoe kunnen we de ruimtelijke puzzel het beste leggen in dit gebied. Dat kan betekenen dat een grondeigenaar alleen maar sociale huurwoningen bouwt en de ander alleen maar vrijesectorwoningen. Maar dat lossen we op door de ene partij minder aan de gemeente af te laten dragen en de ander juist wat meer. Het uitgangspunt is om het beste gebied voor Utrecht én zijn bewoners te realiseren. In een situatie met versnipperd eigendom vraagt dat om samenwerking, zodat er kan worden doorgebouwd. Ik denk dan ook dat we dit soort samenwerkingsvormen vaker gaan zien in de komende jaren.’

BPD Magazine ontvangen?

Dit artikel verscheen in BPD Magazine. De volgende editie kosteloos op uw deurmat ontvangen?