Hoe bouwen we voor de toekomst? Dat is de echte vraag.

Tachtig jaar BPD is een reden om niet alleen terug te blikken, maar ook om vooruit te kijken. Daan Roovers, voormalig Denker des Vaderlands en Eerste Kamerlid, schijnt haar licht op de toekomst van gebiedsontwikkeling. Een verhaal over wijken en gebieden die er nog niet zijn, voor mensen die nog geboren moeten worden.

Bij gebiedsontwikkeling zou het veel vaker over de lange termijn moeten gaan. Dat vind ik fundamenteel. We zijn vaak geneigd te kijken naar wat er nú nodig is: hoeveel woningen, welk programma, welke belangen spelen er op dit moment? Maar de echte vraag is natuurlijk: hoe bouwen we voor de toekomst? Voor de mensen die hier over twintig, veertig of vijftig jaar wonen? Dat vraagt om een andere manier van denken. In de politiek, maar eerlijk gezegd ook in de samenleving, ligt de nadruk sterk op het verdedigen van bestaande belangen. Mensen die er al zijn, laten van zich horen. Dat is logisch, maar het betekent ook dat de stem van jongeren, kinderen en toekomstige generaties veel minder gewicht krijgt. Terwijl juist zij moeten leven met de keuzes die wij nu maken. Ik ben erg geïnspireerd door de Britse filosoof Roman Krznaric, die in The Good Ancestor schrijft over de vraag hoe we goede voorouders kunnen zijn. Dat vind ik een prachtige gedachte. Kunnen we besluiten nemen die niet alleen goed zijn voor onszelf, maar ook voor mensen die we niet kennen en die er nog niet zijn? In gebiedsontwikkeling is dat heel concreet. Dan gaat het over woningen, over luchtkwaliteit, over water, over groen, over voorzieningen en over de manier waarop mensen samenleven.

Daan Roovers Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling©Romain Beker Folia
Daan Roovers is filosoof, Eerste Kamerlid en voormalig Denker des Vaderlands. Als bruggenbouwer tussen fi losofi e, politiek en maatschappij had ze zitting in de denktank 'Nederland in 2040, een toekomstvisie’.
Voor mensen die er nog niet zijn

Daarom is participatie ook zo belangrijk. Maar dan wel op een manier die verder gaat dan de klassieke inspraakavond. Als je alleen de mensen spreekt die vanzelf komen opdagen, krijg je een beperkt beeld. Dan hoor je vooral de mondige mensen, mensen met tijd, of mensen die al georganiseerd zijn. Die stemmen zijn belangrijk, maar niet voldoende. Je moet ook de stillere stemmen organiseren. Dat kan bijvoorbeeld via loting of een burgerberaad, zodat je een bredere en meer diverse groep betrekt. Voor mij is het daarbij cruciaal dat ook jongeren een plek krijgen. Niet alleen omdat zij de toekomst zijn, dat klinkt altijd zo plechtig, maar omdat zij nu al recht hebben op invloed. We bouwen tenslotte aan hun leef omgeving. De mensen die nog geen stevige stem hebben in het debat, verdienen die stem juist wel.

De echte vraag is natuurlijk: hoe bouwen we voor de toekomst?

Leren samenleven

Daarnaast geloof ik sterk in de kracht van ontmoeting. De manier waarop je een wijk ontwerpt, doet ertoe. De Amerikaanse socioloog Richard Sennett laat mooi zien dat architectuur ontmoeting kan uitnodigen of juist verhinderen. Een bankje, een plein, een speelplek, een autoluwe straat: het zijn geen neutrale keuzes. Ze bepalen mede of mensen elkaar tegenkomen, of kinderen samen spelen en of buren zich tot elkaar leren verhouden. Ik moet dan ook vaak denken aan Albert Camus. Hij schreef dat hij alles wat hij over ethiek wist, op het voetbalveld had geleerd. Daar zit veel in. Op plekken waar mensen elkaar in verschil ontmoeten, leer je samenleven. Dat geldt ook voor een wijk. Een goede wijk is niet alleen efficiënt ingericht, maar ook sociaal doordacht. Als we gebiedsontwikkeling alleen functioneel benaderen, verliezen we uiteindelijk het sociale weefsel zelf. Dan bouwen we misschien huizen, maar nog geen samenleving. En juist dat zou het uitgangspunt moeten zijn: bouwen aan plekken waar ook volgende generaties goed kunnen wonen, leven en elkaar kunnen ontmoeten.

BPD Magazine ontvangen?

Dit artikel verscheen in BPD Magazine. De volgende editie kosteloos op uw deurmat ontvangen?