Nieuwe woonvormen voor gescheiden ouders
Voor wie na een scheiding de eengezinswoning moet verlaten, is in Nieuwegein medio juni 2026 een speciaal pand geopend. In een wooncomplex aan de Brugwal zijn 102 kamers te huur, elk voor zo’n 800 euro per maand inclusief gas, water, licht en wifi . Ze zijn relatief klein (20 à 30 vierkante meter), maar de bewoners delen badkamers, keukens en woonkamers. Er is een gemeenschappelijke tuin, een huismeester en een schoonmaker. Bewoners wonen hier tijdelijk, vaak een jaar, totdat ze een ander onderdak vinden. Voor die 102 kamers kwamen meer dan 650 aanmeldingen binnen. Dat geeft wel aan hoe groot de vraag is naar dit type tijdelijke woonruimte. Wie door echtscheiding zijn of haar koop- of huurhuis moet verlaten, kan tegenwoordig immers bijna geen kant op. Een sociale huurwoning? Daarvoor stond je hoogstwaarschijnlijk niet ingeschreven. In de particuliere sector? Daar is het dringen geblazen. En dan de prijzen: wie kan zomaar opeens een huur van 1500 euro per maand opbrengen? Het scheidingshotel in Nieuwegein laat het topje van een ijsberg zien. In Nederland zijn er jaarlijks zo’n 25.500 (geregistreerde) scheidingen, waarbij minstens 43.000 kinderen zijn betrokken. Zo’n relatiecrisis wordt meteen gevolgd door een wooncrisis, want betaalbare, passende huisvesting is schaars. Daarnaast groeit het aantal gezinnen dat van meet af aan in verschillende huishoudens leeft . Denk aan samengestelde gezinnen. Of aan gedeeld ouderschap. De druk op de woningmarkt, toch al hoog, neemt hierdoor nog verder toe.
Huishoudens op twee locaties
Lia Karsten is stadsgeograaf en professor aan de Universiteit van Amsterdam met een focus op het gedrag van stadsbewoners en het gebruik van de openbare ruimte. Ze heeft zich expliciet beziggehouden met het thema ‘gescheiden ouders’ en zogenoemde dual-location households: huishoudens op twee locaties. Uit haar onderzoek komt naar voren dat echtscheiding vrijwel meteen een ruimtelijke puzzel oplevert. Om het dagelijks leven (school, sport) werkbaar te houden, moeten ex-partners namelijk relatief dicht bij elkaar blijven wonen. De buurt waarin de school staat, wordt zo het geografi sche middelpunt. Dat vergroot de druk op de lokale woningmarkt, zeker als beide ouders een volwaardige gezinswoning willen in dezelfde wijk. Dat heeft gevolgen voor de stedelijke woningmarkt. Er zijn ineffi ciëntie-eff ecten: kinderkamers staan in beide woningen deels leeg, reistijden nemen toe, er is meer mobiliteit. Ook aan de openbare ruimte worden andere eisen gesteld. Gezinnen die kleiner gaan wonen, zullen de publieke ruimte intensiever gaan gebruiken. Aanbieders op de woningmarkt voorzien nog maar mondjesmaat in woningtypen voor deze huishoudens, constateert Karsten, afgezien van tijdelijke oplossingen zoals het eerdergenoemde scheidingshotel in Nieuwegein en bijvoorbeeld de Parentshouses op IJburg, Amsterdam, waar kamers worden aangeboden voor gescheiden ouders. Dat het aanbod vooralsnog beperkt is, is begrijpelijk, zegt ze. ‘Dat kun je ontwikkelaars of woningcorporaties niet eens aanrekenen. Ons hele denken is er nu eenmaal op ingericht: het gezin. En een gezin begint vol goede moed. Ouders sorteren voor op een toekomst waarin ze bij elkaar zullen blijven.’
Sociale constructie
De vraag is nu: moeten we gaan voorsorteren op andere vormen van wonen? Karsten deed onderzoek naar gezinnen in Hongkong. ‘Daar zijn helemaal geen eengezinswoningen zoals we die in Nederland kennen, alleen appartementen. Met gezinnen! Niemand droomt daar van een woning met een tuintje voor en achter.’ Waarmee ze wil zeggen: ‘Een eengezinswoning is een sociale constructie. Terwijl veel gezinnen nu veel meer stedelijk zijn georiënteerd dan vroeger. Wie zich het kan veroorloven, blijft met kinderen in de stad wonen. Ook na een scheiding. Maar welke woning past daarbij?’ Hoewel gescheiden partners mogelijk op den duur een nieuw gezin zullen gaan vormen, is er volgens Karsten juist behoeft e aan geschikte, betaalbare en vooral flexibele appartementen. ‘Denk aan een appartement waar iedere partner een eigen kamer én slaapkamer heeft , maar waarin de gezinsleden ook gebruik kunnen maken van een gemeenschappelijke ruimte. Appartementen die kunnen krimpen of groeien, bijvoorbeeld door kamers die kunnen worden afgesplitst of juist erbij getrokken. Dat biedt de fl exibiliteit die we nu missen.’ Karsten stak ook haar licht op in Scandinavië, waar men vanouds goed is in – wat zij noemt – gezinsvriendelijke appartementen. ‘We zouden op dat gebied een inhaalslag kunnen maken. Maar dat staat of valt met de wil om dat te doen. Waarbij je niet alleen naar de woning moet kijken, maar naar de buurt en de omgeving, de fietsafstand naar de basisschool, een goede openbare ruimte met veilige fietsroutes.’ Ze beklemtoont dat niet alle (gescheiden) gezinnen in de stad wonen of willen wonen, en dat er veel verschillende soorten gezinnen zijn. ‘Juist daarom zullen ontwikkelaars en architecten met andere ideeën moeten komen. Andere plattegronden, die meer ruimte bieden voor verandering. Woningen die verschillende vormen van wonen toelaten. Hoe kun je met weinig vierkante meters toch een goede plattegrond maken?’
Gemeenschappelijke woonvormen
Gevraagd naar een antwoord op die vraag zegt Susanne Dürr, architect en werkzaam aan de Hogeschool Karlsruhe, dat er geen standaardoplossingen zijn. De situatie van gescheiden gezinnen in Duitsland kan namelijk heel uiteenlopend zijn. Dürr deed veel onderzoek naar woonvormen voor gezinnen. Ze legde haar belangrijkste bevindingen vast in de sleutelpublicatie Familien in gemeinschaft lichen Wohnformen. ‘Uit mijn onderzoek kwam naar voren dat gemeenschappelijke woonprojecten als het ware een laboratorium zijn. Bewoners zoeken daar permanent naar de beste vorm om samen onder één dak te wonen, met alle ruimtelijke en sociale vragen van dien. Of het nu gaat om samengestelde gezinnen, gescheiden ouders of andere levensvormen: er wordt volop geëxperimenteerd. Dat gaat met vallen en opstaan. Soms lopen initiatieven ook tegen financieringsproblemen aan.’ De variatie is enorm. Dürr: ‘Er zijn zogenoemde clusterwoningen: grote woonvormen die huisoverstijgend zijn, die bijvoorbeeld wel zestien personen kunnen tellen. Zij delen dan een keuken. Soms maken meerdere gezinnen zelfs gebruik van gemeenschappelijke sanitaire voorzieningen, zoals een Badelandschaft (een badlandschap, een grote badkamer).’ Maar klein kan ook: ‘In Tübingen stimuleert de stad actief het ontstaan van gemengde, inclusieve buurten, met een breed woningaanbod. En in Münster heeft een Genossenschaft (bewonerscorporatie, red.) een complex met honderd woningen gerealiseerd met een gemeenschappelijke kantine, een zorgunit, werkplaatsen en flexkamers, ook voor gezinnen in scheiding. Dat initiatief kwam van de mensen zelf: er waren geen ontwikkelaars bij betrokken. Vaak zie je dat mensen dit soort ideeën onderling bespreken en uitvoeren, wat resulteert in een interessante mix van woningtypologieën.’
Flexibiliteit
Over typologie gesproken: we moeten, concludeert Dürr, niet te snel gaan denken in vaste vormen. ‘Er gebeurt veel na een scheiding. Mensen krijgen nieuwe partners, waarmee nieuwe woonplaatsen in het spel komen, kinderen nemen eigen beslissingen waar ze gaan wonen … dan zoek je juist flexibiliteit. Grote woonprojecten met een brede mix aan woningtypen bieden dan flexibiliteit. Variërend van flexkamers met alleen een douche tot complete woongemeenschappen, of nestwoningen waarbij een centrale ruimte in het midden permanent wordt gebruikt door de kinderen, met links en rechts eigen ruimtes voor de ouders die gescheiden leven. En dan zijn er nog de ad-hocoplossingen voor de eerste maanden na de scheiding, als er vooral een snelle oplossing nodig is.’ Daarbij speelt betaalbaarheid een rol, voegt ze eraan toe. ‘Na een scheiding neemt het armoederisico voor beide alleenstaande ouders toe, deels omdat de woonkosten stijgen ten opzichte van het beschikbare inkomen. Ook projectontwikkelaars moeten hiermee rekening houden.’ Het is aan opdrachtgevers en ontwikkelaars om zich te bezinnen op dit vraagstuk, zegt Dürr. ‘Zorg voor een goede en gezonde sociale mix in de buurt, dan blijven de woningen ook op langere termijn geliefd en interessant. Een buurt moet ontmoeting mogelijk maken in gezonde woningen die verandering aankunnen. Alle partijen, van opdrachtgever tot architect, gemeente en ontwikkelaar, hebben daarbij een verantwoordelijkheid.’
Verantwoordelijkheid
Het gaat om een essentiële verantwoordelijkheid van overheid én ontwikkelaar: recht doen aan allerlei soorten vragen en wensen op de woningmarkt. Niet alleen die van gescheiden gezinnen of alleenstaande ouders, maar van allerlei soorten eenpersoonshuishoudens. In een interview in BPD Magazine in 2023 stelde Jan Latten, destijds hoofddemograaf bij het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat onderzoekers eigenlijk nog onderschatten wat er aan de hand is. Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt snel toe, waarschuwde hij. ‘Een relatie voor het leven is niet meer vanzelfsprekend. Co-ouderschap is makkelijker geworden, vrouwen verdienen zelf hun geld. Nederlands CBS-onderzoek laat zien dat millennials anders denken over open relaties.’ Tanja Traag, Lattens opvolger als hoofdsocioloog bij het CBS, ziet die trends alleen maar sterker worden: ‘Vergeleken met de jaren vijftig en zestig is het nu gebruikelijker om niet vanuit huis te trouwen, maar eerst te gaan samenwonen. Daardoor kunnen mensen eerst kijken of ze wel echt de prins of prinses op het witte paard hebben gevonden. En als een relatie uiteindelijk niet werkt, dan kún je uit elkaar. Vrouwen hebben over het algemeen een eigen inkomen en het stigma op scheiden is tegenwoordig een stuk minder dan vroeger.’
Er moet ook rekening gehouden worden met stijgende woonkosten na een scheiding
Het aantal echtscheidingen in Nederland is echter al geruime tijd stabiel, zo blijkt uit CBS-cijfers (zo’n 25.500 geregistreerde echtscheidingen per jaar, waarbij 43.000 kinderen zijn betrokken). Maar nemen we de ongeregistreerde partnerschappen mee, dan ligt het aantal waarschijnlijk hoger. Traag: ‘Stabiel of niet: scheiden betekent altijd dat er een woning bij moet komen. Uit ons onderzoek komt naar voren dat vrouwen in de eerste vijf jaar na de scheiding vaker de echtelijke woning verlaten. Ja, vrouwen verdienen tegenwoordig zelf hun geld, maar ze zijn toch minder kansrijk op de krappe woningmarkt. Vrouwen boeten na een scheiding ook meer aan koopkracht in dan mannen, terwijl ze vaak de zorg voor de kinderen op zich nemen en – zo blijkt uit CBS-onderzoek – minder vaak dan mannen een nieuwe relatie beginnen.’
Steutelwoord is betaalbaarheid
Net als Karsten signaleert zij een complicerende factor: gescheiden ouders willen bij voorkeur dicht bij elkaar blijven wonen. Maar als je ooit samen gelukkig was in Amsterdam-Zuid of Utrecht-Oost, zul je in de directe omgeving niet zomaar iets betaalbaars kunnen vinden. Traag: ‘Dat kan er zelfs toe leiden dat mensen bij elkaar blijven wonen, hoewel ze gescheiden zijn. Of zelfs dat ze toch niet scheiden, omdat het woonprobleem dat belet.’ Er is dan sprake van een latente woningvraag, maar die krijg je in onderzoek moeilijk boven tafel. ‘Het is, kortom, een complex vraagstuk. Eenpersoonshuishoudens zijn uiterst divers: dat loopt uiteen van jonge singles via gescheiden ouders tot alleenwonende senioren.’ Ook zij waarschuwt voor vooronderstellingen over wat mensen, gescheiden of niet, zouden willen. ‘Soms hoor je bijvoorbeeld dat we maar helemaal geen eengezinswoningen meer moeten bouwen. Maar wacht even: die woningen kunnen juist heel geschikt zijn voor eenoudergezinnen, zeker als ze later weer aan gezinsvorming gaan doen. Of voor samengestelde gezinnen. Niet iedere gescheiden ouder wil een appartement met slechts één extra slaapkamer. Een goede woonomgeving – met de school, een openbare ruimte, veilige fietsroutes – weegt minstens zo zwaar.’ Voor ontwikkelaars van woningen en gebieden ligt hier, kortom, een relatief onontgonnen terrein. Traag: ‘Het is een complex vraagstuk, een ingewikkelde puzzel, maar we zullen met oplossingen moeten komen. Demografische ontwikkelingen vragen daarom.’ Net als voor Susanne Dürr is het sleutelwoord voor Traag: betaalbaarheid. ‘Maak de betaalbare woning de kern van je aanbod. Hoe die woning er ook uitziet.’
Onderzoek nieuwe woonvormen voor gescheiden ouders
Een op de drie gezinnen krijgt te maken met een scheiding nog voor de kinderen meerderjarig zijn. Dat heeft niet alleen impact op het gezinsleven, maar ook op de manier waarop ouders en kinderen wonen. Wat betekent dit voor de inrichting van woningen en voor de opbouw van buurten en wijken? En hoe kunnen ontwerpers bijdragen aan woonvormen die beter aansluiten bij de werkelijkheid van gescheiden en samengestelde gezinnen? Vanuit die vragen werkt XOOMlab, een coöperatie van architecten, stedenbouwers, ontwikkelaars en bouwkundigen, samen met BPD aan het project Samen Gescheiden Wonen: ruimtelijke strategieën voor gescheiden gezinnen. Het onderzoek richt zich op ontwerpers, ontwikkelaars, beleidsmakers en woningcorporaties en wordt mogelijk gemaakt door het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Ook maatschappelijke organisaties die zich richten op gescheiden gezinnen worden hierbij betrokken. BPD ondersteunt het onderzoek fi nancieel en brengt daarnaast inhoudelijke kennis en capaciteit in vanuit de praktijk van gebiedsontwikkeling. Aanvullend doet BPD zelf onderzoek onder de doelgroep, onder meer via groepsdiscussies en een enquête. XOOMlab en BPD willen de opgedane inzichten bruikbaar maken voor beleidsvorming, ontwerppraktijk en publieke discussie. De resultaten komen dit najaar beschikbaar.