Hoe verandert biobased de bouwwereld?

Het materiaalgebruik in de bouwsector is verantwoordelijk voor ongeveer 11 procent van de CO2-uitstoot in Nederland. Dat percentage moet omlaag. Zeker met de enorme hoeveelheid woningen die gebouwd moeten worden. Een circulaire bouweconomie biedt uitkomst. Hoe kunnen we de transitie vormgeven? En welke rol pakken gebiedsontwikkelaars daarbij? Jasper van den Munckhof (programmamanager bij Building Balance), Anne Loes Nillesen (hoogleraar Urban Design, TU Delft) en Daan Bruggink (eigenaar ORGA architect) schetsen concrete kansen en erkennen dat er nog stappen te zetten zijn.

In de zomer van 2025 verscheen het rapport Bouwen met toekomst: werken aan woningen van duurzame materialen. De onderzoekers van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) stellen duidelijk dat duurzaam bouwen niet duurder is dan conventionele bouw, zeker niet bij fabrieksmatige productie. Maar er is wel een belangrijke maar. Het invoeren van andere productiemethoden, het ‘anders denken en werken’, kost tijd en dus geld. De Rli adviseert daarom om conventionele niet-duurzame materialen, zoals beton, te belasten om de stap naar biobased bouwen als standaard mogelijk te maken.

Biobased Transitie Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
CO2 vasthouden

In hetzelfde rapport wijst de Rli op de Whole Life Carbon-aanpak. Hiermee stelt de Europese Unie vanaf 2030 eisen aan de CO2-uitstoot van nieuwbouwwoningen. De adviesraad waarschuwt dat zonder actie een nieuwe woningbouwcrisis dreigt, vergelijkbaar met het stikstofprobleem. Maatregelen moeten helpen om de transitie naar een schonere bouwwereld in gang te zetten. Dit kan door structureel meer natuurlijke materialen te gebruiken dan nu het geval is. Houtbouw is al aan een opmars bezig en niet voor niets. Het houdt CO 2 vast, terwijl de productie van beton méér CO2 uitstoot. ‘Dat is een fundamenteel verschil en de belangrijkste reden om meer te bouwen met biobased materialen’, zegt Jasper van den Munckhof van Building Balance, een landelijke non-profitorganisatie die de transitie naar duurzamer bouwen stimuleert. ‘In 2025 wordt zo’n 5 procent van de nieuwbouw met biobased materialen gebouwd. Dat is meer dan we een paar jaar geleden durfden hopen.’

Zonder gezamenlijk visie is er altijd wel iemand die dat kan niet zegt

Duurzaam en gezond

Architect en voorloper Daan Bruggink ziet de transitie eindelijk op gang komen. ‘Vanaf de jaren tachtig experimenteren pioniers al met hout, leem, stro, hennep en andere natuurlijke materialen, maar dat bleef lange tijd een niche. Nu vinden we het gebruik van deze materialen steeds normaler. Het verbetert onze leefomgeving en bevordert onze eigen gezondheid. Wij ontwerpen al twintig jaar op die manier gebouwen en werken vanuit het biofilische gedachtegoed. Het idee is dat de mens van oorsprong een wezen is dat zich verhoudt tot de natuur. In de afgelopen eeuwen hebben we ons van de natuur gedistantieerd. Terwijl onderzoek keer op keer aantoont dat mensen veel beter functioneren als ze in een zo natuurlijk mogelijke omgeving zijn. Met daglicht, meer frisse lucht en met natuurlijke materialen om zich heen. Mensen voelen zich beter en gelukkiger. Wij brengen die natuurlijke elementen zoveel mogelijk terug in onze gebouwen en hun omgeving.’ 

Biobased bouwen mag dan goed zijn voor onze leefomgeving en voor onszelf, toch staat Nederland bekend als een land van baksteen en beton. ‘Dat is ook niet zo gek, want er is in Europa vermoedelijk geen ander land met zo weinig bos als Nederland’, zegt Van den Munckhof. ‘Het is niet het materiaal waarmee we grootschalig hebben leren bouwen. In de jaren zeventig zijn we echt een betonland geworden. De bekende baksteen gaat natuurlijk nog verder terug.’ Nederland heeft, in vergelijking met koplopers als het bosrijke Zweden, dan ook een forse inhaalslag te maken. ‘We moeten in 2030 op 30 procent biobased nieuwbouw zitten, we hebben nog een behoorlijke weg te gaan.’

Biobased Transitie Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Impact maken

Sinds vijf jaar zien we een verandering in Nederland. Achteraf kun je de momenten aanwijzen die de transitie hebben aangezwengeld: een uitzending van Tegenlicht in 2019, het manifest van de Gideonsbende een jaar later – dat ook BPD ondertekende – en de Nationale Aanpak Biobased Bouwen uit 2023, die breed door de sector wordt gesteund. ‘Aan ambities geen gebrek’, ziet ook Anne Loes Nillesen, hoogleraar Urban Design aan de TU Delft en directeur van stedelijk ontwerpbureau Defacto. ‘Wij maken veel strategische plannen voor provincies. Circulariteit staat daarbij altijd hoog op de lijst. Maar niet iedereen beseft dat dit een andere manier van denken vraagt. Neem recycling in de bouw. Je moet materialen vaak lang opslaan voordat je ze opnieuw kunt gebruiken. Dat kost veel ruimte. Die is schaars en er is al veel vraag naar grond voor woningbouw en energie.’ Vanwege het grote ruimtebeslag vraagt Van den Munckhof zich af of recycling in de bouw prioriteit moet krijgen. ‘Natuurlijk moeten we ook materialen hergebruiken en gebouwen renoveren. Maar ik denk dat nieuwbouw met biologische materialen uiteindelijk voor 90 procent van de impact zorgt in de circulaire bouweconomie. Het is praktischer en goedkoper.’

Gedeeld verhaal

Van den Munckhof denkt, net als Nillesen, dat de keten anders georganiseerd moet worden. Biobased bouwen vraagt immers om andere werkprocessen in de keten ‘van land tot pand’. Dat begint volgens hem met overeenstemming over het doel van biobased bouwen. Iedereen in de bouwsector moet erin mee willen gaan. ‘Bij zo'n grote verandering moet je iedereen meekrijgen. Opdrachtgevers zoals gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties moeten het verhaal kunnen uitleggen aan aannemers, beheerders en verzekeraars. Zonder die gezamenlijke visie is er altijd wel iemand die zegt: “Dat kan niet, daar ben ik niet aan gewend.” Daarom gaat Building Balance het hele land door om iedereen op één lijn te krijgen.’ Het is een uitdaging om de ambities in praktijk te brengen, zegt Van den Munckhof. ‘De grote partijen willen wel. Ontwikkelaars en beleggers die hun CO 2-limiet bereiken willen graag investeren in biobased gebouwen. Maar de aannemers moeten het dan ook uitvoeren. Zij zitten vaak vast aan langlopende contracten. Andere bedrijven zijn juist al bezig met het ontwikkelen van nieuwe producten. De markt, van boeren tot bouwers, is nog volop aan het uitzoeken wat mogelijk is en hoe je er geld mee kunt verdienen. Bovendien vraagt biobased bouwen andere manieren van ontwerpen. Daarvoor moeten mensen worden opgeleid. En omdat steeds meer met prefab wordt gewerkt, verandert het werk op de bouwplaats ook. Van buitenaf lijkt dat misschien niet zo schokkend, maar vloeiende werkprocessen, contracten en een sluitende businesscase zijn voor de partijen in de keten natuurlijk van groot belang.’

Dat is het lastige aan nieuwe dingen: ze moeten zich nog bewijzen

Als architect met veel ervaring met biobased bouwen kan Bruggink meepraten over hoe ‘oud denken’ de plank kan misslaan. ‘De constructie van een gebouw in hout is volstrekt anders dan wanneer je dat in beton maakt. Het is niet een kwestie van het ene materiaal vervangen door het andere, het gaat om denken in hout als je ontwerpt. Het ontwerp is gebaseerd op de materialen die je gebruikt.’ Of er wordt financieel doorgerekend wat het houten ontwerp zou kosten als het in beton gemaakt zou zijn. ‘Dan komen de rekenmeesters er meestal op uit dat een gebouw in beton goedkoper is. Maar die vergelijking klopt niet, het zijn twee totaal verschillende dingen, het is appels met peren vergelijken.’ Nillesen noemt nog twee uitdagingen met biobased materialen. ‘Van sommige materialen weten we nog niet goed hoe lang ze meegaan. Dat is het lastige aan nieuwe dingen: ze moeten zich nog bewijzen. Van houtbouw is inmiddels voldoende aangetoond dat de kwaliteit net zo goed is als bij gewone bouw. Maar voor veel andere biobased materialen weten bouwers nog niet precies hoelang ze meegaan of hoe ze reageren op gebruik en weersomstandigheden. Daar komt nog iets bij: bij het berekenen van de kosten tellen de voordelen van deze materialen nauwelijks mee. Denk aan comfort, bescherming tegen hitte, aanpassing aan het klimaat en gezondheid. ‘Dit zijn juist dingen die we wél moeten meenemen in onze beoordeling’, zegt Nillesen. ‘Zeker als we aan klimaatverandering denken en gezond willen bouwen.’

Biobased Transitie Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Zekerheid voor de markt

Gelukkig stellen in Nederland steeds meer grote gebiedsontwikkelaars hun ambities voor biobased bouwen naar boven bij. Zo maakte Rabobank onlangs bekend de komende vier jaar 100 miljoen euro te investeren in biobased nieuwbouwwoningen van BPD. Met een marktaandeel van zo’n 10 procent kan zo’n grote partij de transitie een stap verder brengen. ‘Het geeft producenten van natuurlijke materialen zekerheid dat die worden afgenomen en het biedt perspectief voor prefabhoutbouwers. Dat is wat de markt nodig heeft. Want hoewel er voldoende hout in het buitenland beschikbaar is, is er ook behoefte aan natuurlijk isolatiemateriaal’, zegt Van den Munckhof. ‘Dat kan gewoon in Nederland worden geproduceerd. Nu er meer duidelijkheid ontstaat over de grootte van de markt, ben ik ervan overtuigd dat de investeerders en ondernemers opstaan.’ Toch denkt Nillesen dat er meer nodig is: ‘Als ik nu boer was, zou ik de stap naar biobased niet durven maken. De onzekerheid is nog te groot. Het is een ander verhaal als de nieuwbouw biobased moét zijn. Het duurzaamheidsaspect hoeft voor een boer natuurlijk geen rol te spelen, het moet voor een ondernemer financieel interessant zijn.’

Houten uitbreidingswijken

In Zweden staan al hele woonwijken van hout, inclusief hoge gebouwen. Ook in Nederland wordt steeds meer met hout gebouwd: in het Mandelapark in Amsterdam, SAWA in Rotterdam is een voorbeeldproject en architect Bruggink bouwt al twintig jaar houten gebouwen met zijn bureau ORGA. Nu is het nog maar 5 procent van de nieuwbouw, maar Bruggink denkt dat dit snel zal veranderen. Hij verwacht dat alle nieuwe wijken in de komende vijftien jaar van hout worden gebouwd. Waarom? Bouwen met hout gaat sneller, is lichter, goedkoper en makkelijker in de fabriek te maken dan traditioneel bouwen. Ook hoef je geen CO2-belasting te betalen. Bruggink is overwegend positief over deze ontwikkelingen, omdat het uiteindelijk tot duurzamere en gezondere leefomgevingen leidt. Hij denkt dat 30 procent biobased nieuwbouw in 2030 haalbaar is nu steeds meer gebiedsontwikkelaars ervoor gaan. En Nillesen vindt het mooi om te zien dat ontwerpbureaus elkaar uitdagen om de duurzaamste gebouwen te maken. En dat er universiteiten zijn waar nature based solutions centraal staan in de ontwerpopleidingen. Volgens haar zijn dat allemaal onderdelen van de transitie die nodig zijn om de nieuwe manier van bouwen te laten landen. ‘Soms moet ik aan die grote slurpende SUV’s in de stad denken, waarvan eigenlijk iedereen vindt dat die daar niet meer thuishoren. Ik hoop dat we dat over een aantal jaar ook kunnen zeggen over gebouwen die níet biobased zijn, dat we die niet meer in onze leefomgeving willen.’

  • Daan Bruggink is oprichter en eigenaar van ORGA architect, dat al twintig jaar ontwerpt vanuit de gedachte dat mensen gezonder en gelukkiger zijn in een natuurlijke omgeving.
  • Jasper van den Munckhof is programmamanager bij Building Balance, een non-profitorganisatie die biobased bouwen stimuleert.
  • Anne Loes Nillesen is directeur van stedelijk ontwerpbureau Defacto en hoogleraar Urban Design aan de TU Delft.

BPD Magazine ontvangen?

Dit artikel verscheen in BPD Magazine. De volgende editie kosteloos op uw deurmat ontvangen?