De toekomst is niet iets dat ons zomaar overkomt

Hoe verbeelden we samen de stad van de toekomst? Hoogleraar Maarten Hajer onderzoekt het met de Urban Futures Studio aan de Universiteit Utrecht. “Kunst is essentieel voor onze verbeelding. Het dwingt ons om écht scherp te kijken en het activeert ons.”

De Urban Futures Studio bestaat tien jaar. Wat doen jullie precies?

“We bekijken de grote maatschappelijke transities door de lens van de stedelijke samenleving,” antwoordt Hajer, gezeten in het café-restaurant van het Haagse Fotomuseum.

“In onze naam zit het woord ‘Futures’, bewust meervoud. Want er ligt niet slechts één mogelijke toekomst voor ons in het verschiet. De toekomst is niet iets dat ons zomaar overkomt, het gaat om de keuzes die we maken binnen het gesamtkunstwerk van de democratie.”

“Veel van die keuzes zullen in steden moeten worden gemaakt. Het merendeel van wat er wereldwijd in mijnen wordt gedolven is immers bestemd voor de stad: voor beton, staal, asfalt, de batterijen in onze telefoons en laptops. In 2018 bracht ik een VN-rapport uit, The Weight of Cities, waarvoor ik het gewicht in resources berekende voor de verstedelijking van 2050. Daar rolden duizelingwekkende getallen uit, en achter al die kilotonnen gingen CO₂-emissies schuil. Als je dan met beton en staal blijft bouwen, dat is zo CO₂-intensief, dat kán helemaal niet. Dat moet dus echt anders.”

Image
Maarten Hajer. Foto: Maarten Delobel

“Vaak blijven dat soort verbindingen voor stedelingen onzichtbaar, en eigenlijk kijken we daar ook het liefste van weg. We zijn erg bedreven in the art of not seeing. 

Maar kunst dwingt je om wél te kijken. Prachtig voorbeeld is het werk van de Braziliaanse fotograaf Sebastião Salgado. Met zijn foto-serie Gold (1986), toonde hij de menselijke en ecologische schade veroorzaakt door de goudmijnen van Serra Pelada. Uitbuiting van mensen, uitputting van de aarde. Daar werd toen al de prijs betaald voor onze welvaart. Door een artistieke interventie maakte Salgado iets zichtbaar, op zo’n manier dat mensen er niet langer omheen konden: enerzijds omdat zijn zwart-wit-foto’s esthetisch aanspreken, anderzijds omdat de politieke boodschap zo bikkelhard is.

Nadat je ogen zijn geopend, is de praktische vraag vervolgens: hoe verbeeld je een andere, meer circulaire stad? En hoe organiseer je het proces zo, dat een brede coalitie zo’n toekomstbeeld gaat delen?”

Kunst is essentieel voor onze verbeelding. Het dwingt ons om écht scherp te kijken en het activeert ons.
Maarten Hajer
Faculteitshoogleraar Urban Futures aan de Universiteit Utrecht

Uit wie bestaat zo’n coalitie?

“Dat hangt ervan af. Stakeholders. Stadsbesturen, ministeries, bedrijven. Burgers ook. Maar het luistert nauw om vertrouwen in zo’n proces te winnen, je moet ervan uitgaan dat je het vertrouwen van burgers niet bij voorbaat hebt. Ambtenaren zijn welwillend genoeg, maar er schort iets aan de dramaturgie van hun interactie met burgers.”

Wat betekent dat?

“Ik bedoel dat je politieke processen kunt bekijken als een theaterstuk, een vorm van dramaturgie. Niet in de zin dat die processen fictief zijn, maar in de zin dat het rituelen zijn. Hier in dit café gedragen wij ons anders dan op de markt, we houden ons aan een dramaturgie. Maar een dramaturgie ligt nooit vast. Als je andere cues geeft, om nog een theaterterm te gebruiken, blijkt de dramaturgie veranderbaar. 

Het begint ermee dat de Nederlandse overheid te veel naar binnen gekeerd is. Als er met veel pijn en moeite eindelijk een beleidsvoorstel is, zijn ambtenaren bang dat het op losse schroeven komt te staan wanneer je er burgers bij betrekt. Dus dan drukken ze het erdoor. 

Zo blijft de politiek een slecht opgevoerd theaterstuk. Als je samen bouwt aan de toekomst, moeten ook mensen die niet per se op verandering zitten te wachten het gevoel krijgen dat er naar hen geluisterd wordt. Als Urban Futures Studio roepen wij dus op: ga eerder met burgers in gesprek, neem mensen eerder mee in dilemma’s.”

Kan kunst daarbij helpen?

“Zeker. Als een beleidsmaker begint over nature-based solutions, haakt iedereen af. Maar in Leeuwarden maakte Bruno Doedens zichtbaar wat zo’n term in de praktijk kan betekenen met zijn kunstproject Bosk. 

Doedens had een plein vol bomen op wielen gezet, en vervolgens brachten inwoners van Leeuwarden in een wandelende processie de bomen naar steeds andere plekken, verspreid over de stad. Dat ritueel gaf een gevoel van grote saamhorigheid, en daarnaast voelden bewoners en ondernemers meteen dat pleinen met bomen veel koeler zijn. Een artistieke interventie dus, een andere cue, die de verbeeldingswereld van burgers oprekt en voor een andere dramaturgie zorgt. Daarna kwam er in Leeuwarden daadwerkelijk een roep om meer bomen in de stad.”

Dat is prachtig, maar vaak is het voor mensen toch ook angstig om over de toekomst na te denken? Sla ’s ochtends de krant open: je leest over gitzwarte klimaatrapporten, het afglijden van democratie en rechtsstaat. Dan snap je dat mensen soms liever wegkijken.

“Zeker, het is bedreigend wat er op ons af komt. Toch kwamen we onlangs in een mixed classroom van studenten en beleidsmakers op tal van positieve ideeën over de toekomst. Je moet problemen zeker niet negeren, maar door internationaal vergelijkend onderzoek realiseer je je ook dat het in Nederland nog niet vijf voor twaalf is.

Wel moeten er dingen radicaal anders. Kwantitatieve cijfers staan momenteel centraal bij het maken van beleid, en ik vertrouw er niet op dat je daar goede steden en veerkrachtige wijken van krijgt. Ik houd vast aan een traditie in de stedenbouw, waarbij je met stenen stapelen ook betere mensen en een betere samenleving kunt bouwen.”

De aanwezigheid van kunstwerken straalt uit dat je een gebied langdurig gaaf wil houden, dat je betrokken bent bij de toekomst

Ik krijg bij de Urban Futures Studio een associatie met ‘verbeelding aan de macht’, de slogan van de studentenrevolte van 1968.

“Terecht. Ik ben geïnspireerd door de situationisten, een beweging van theoretici, kunstenaars en activisten – Guy Debord, Constant Nieuwenhuijs en anderen–die in de zestiger jaren de trage naoorlogse orde wilde opschudden. Er moest verbeeldingskracht in de instituties worden geïnjecteerd. En dat is nog steeds broodnodig. Wie beschikken er dan over de creativiteit om mensen op andere ideeën te brengen? Dan kom je al snel bij kunstenaars uit. 

“In 2016 werd ik gevraagd als curator van de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam. Ik had zoiets nooit eerder gedaan en vroeg me af hoe ik dat moest aanpakken. Wat maakt nou een goede kunstmanifestatie? Er moet altijd een provocatie in zitten, ontdekte ik uiteindelijk, een knal. Maar voor je het weet is dat te opgelegd, en dat is ook weer niet goed...”

Wat werd die knal uiteindelijk?

“De installatie 2050 - An Energetic Odyssey trok veel aandacht op de Biënnale, want dat werk maakte de verbeeldingssprong zichtbaar die nodig is voor renewable energies. Mensen uit de industrie hadden onderschat hoe massief veel werk het zou betekenen om alleen voor hun eigen firma windenergie te verzorgen. Staande bij het kunstwerk sloegen ze aan het rekenen en concludeerden ze: op deze manier is het contraproductief om met elkaar te concurreren, we zullen moeten samenwerken! Prachtig effect natuurlijk. 

En op onze tentoonstelling Places of Hope in Leeuwarden, onderdeel van het programma Leeuwarden Fryslân Culturele Hoofdstad 2018, hadden we The Labyrinth, een doolhof waar bezoekers door poortjes gingen aan de hand van persoonlijke keuzes: wat voor cadeau geef je iemand, waar ga je naartoe op vakantie, hoe wek je energie op? Vervolgens kregen mensen uitleg over hoe toekomstgericht, of niet, die keuzes waren. Daar merkte ik hoezeer kunst mensen kan activeren. En ook dat je klimaatdoelstellingen door een artistieke interventie ineens veel minder abstract maakt.

Kan kunst ook democratisch ontstaan?

“Er komt al veel kunst tot stand via publieksparticipatie. Aan de Universiteit van Amsterdam onderzocht ik ooit het democratisch gehalte van ontwerptekeningen van kunstwerken die zo tot stand waren gekomen. Mensen die meepraten over het ontwerp van een kunstwerk raken vaak gehecht aan bepaalde schetsen in zo’n participatieproces, want dat zijn als het ware notulen van een vergadering waarin zij inspraak hebben gehad. De betrokkenheid is dus enorm. En daardoor realiseer je je: kunst is niet alleen in musea te vinden, het is overal om ons heen in de openbare ruimte.

Wat kan een bedrijf als BPD bijdragen, via kunst in de openbare ruimte?

“Veel. En dan mag je kunst ruim opvatten. Architectuur is ook kunst, een openbare ruimte die klopt. Kunst kan een goed en mooi ontwerp zijn, iets waar mensen trots op zijn en wat ze graag heel willen houden. 

De Libanees-Amerikaanse schrijver Nassim Nicholas Taleb heeft het weleens over skin in the game: als mensen iets te winnen of te verliezen hebben, zullen ze daarvoor hun nek uitsteken. En daarom adviseren we bij de Urban Futures Studio: zorg voor skin in the hood. Maak plannen voor gebiedsontwikkeling op de lange termijn, zorg ervoor dat beleidsmakers, bedrijven en andere actoren voor langere tijd betrokken blijven bij een buurt. 

Ook de aanwezigheid van kunstwerken straalt uit dat je een gebied langdurig gaaf wil houden, dat je betrokken bent bij de toekomst. Dat zie je niet direct in spreadsheets terug, wél in de kwaliteit van de leefomgeving.

Maarten Hajer (1962, Groningen) is hoogleraar Urban Futures aan de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Eerder was hij hoogleraar bestuur en beleid aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Verder werkt Hajer als curator en beleidsadviseur. 

Op de hoogte blijven van ons werk?