Als je samen voor een kunstwerk gáát, heb je stalen zenuwen nodig

Susanna Inglada en Martijn Sandberg verwelkomen met hun kunstwerken de bezoekers van Samenspel in Het Noordbrabants Museum. Inglada met een ruimtelijk werk op het voorplein, Sandberg met het allereerste werk dat je ziet hangen als je binnenkomt. Een gesprek over kunst in opdracht en het samenspel van kunst en publiek.

Martijn Sandberg houdt atelier in een pakhuis aan een rustiek hofje, een oase aan de rand van de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam. De kunstenaar zit achter een langgerekte tafel met een laptop en stapeltjes brochures. Slechts één kunstwerk hangt er aan de muur: een werk uit Sandbergs eigen reeks cut paintings, lettervormen geperforeerd in aluminium. 

“Sommige kunstenaars hebben van die bomvolle ateliers,” verduidelijkt Sandberg. “Voor mij hoeft dat niet. Ik wil ook niet de hele tijd tussen mijn eigen werk zitten. Leegte schept ruimte om telkens opnieuw te beginnen.” 

Het werk dat Sandberg toont in Samenspel is een cut painting waaruit een spreuk is gesneden: “When You See All These Works So Fine Do Not Forget To Look At Mine.”

Image
Martijn Sandberg, 'When You See All These Works So Fine Do Not Forget To Look At Mine', 2022. Foto: Peter Cuypers

“Dit werk in klinkend rijm ontstond op uitnodiging van BPD, speciaal voor de kunstcollectie. Het was voor het eerst te zien tijdens een expositie van mijn cut paintings in het Burgerweeshuis, het hoofdkantoor van BPD en regiokantoor Noord-West in Amsterdam. Ik heb uit de BPD Kunstcollectie twaalf werken geselecteerd, die ik tegenover twaalf eigen werken heb geplaatst. Zo ging ik als het ware in duet met kunstwerken uit de collectie. When You See All These Works So Fine… combineerde ik met Tweeluik van Daan van Golden. En nu mag ik op de expositie in Den Bosch het gesprek met de andere werken voortzetten.” 

Sandbergs cut paintings vormen een commentaar op schilderkunst, verklaart hij: “Ze heten cut paintings, omdat de beeldtaal–de figuratie van letters – eruit is gesneden. Maar je kunt het ook opvatten als: cut painting, kap met schilderen! Zo’n werk is nadrukkelijk geen schilderij, in de zin van verf op doek, maar tegelijkertijd is de vorm herkenbaar als een schilderij. Zo maak ik een ‘taalbeeld’ van wat een schilderij zou kunnen zijn. Een soort poëzie. Om ons heen horen en zien we al genoeg eenduidige oneliners: in de reclame, in de politiek... Daar wil ik iets tegenover zetten, kunstwerken die een meervoud aan betekenissen kunnen hebben.” 

Susanna Inglada maakt ruimtelijke installaties op basis van tekeningen die op aluminium of hout worden opgeblazen. Ze werkt in een studio in Amsterdam met een vijf meter hoog plafond, vertelt ze: “Net groot genoeg voor wat ik doe. Als ik een monumentaal werk maak, moet ik steeds delen in elkaar zetten en ze vervolgens weer uit elkaar halen, omdat het complete werk nooit in de atelierruimte past. Meestal zie ik mijn werk pas in zijn geheel als de tentoonstelling wordt opgebouwd, zoals bij mijn installatie El Bosque in het Drawing Lab in Parijs. Daar kleeft natuurlijk een risico aan, want wat als de delen tóch niet in elkaar passen zoals ik had gehoopt? Maar goed, die spanning is inmiddels deel van het proces, en meestal zorgt het voor boeiende verrassingen.”

Inglada heeft enkel tijd om online af te spreken, de volgende dag moet ze om zes uur ’s ochtends naar Frankrijk voor de inrichting van een tentoonstelling. Tussendoor overlegt ze over het kunstwerk dat ze zal maken voor het voorplein van Het Noordbrabants Museum. 

Image
Susanna Inglada aan het werk in haar atelier. Foto Maarten Delobel

Ze kreeg de opdracht van BPD naar aanleiding van Up There, Down There, een werk dat ze maakte voor de Kunstbiënnale van het West-Vlaamse Sint-Denijs. Dit kunstwerk bestond uit twee paar menselijke gezichten rond een glijbaan.

“Samen met mijn kind bezocht ik veel speeltuinen,” vertelt Inglada, “en zo ontdekte ik wat een fantastische ontmoetingsplekken dat zijn. Je ontmoet er mensen met uiteenlopende achtergronden, van verschillende generaties ook. Heel mooi en intrigerend wat zich daar allemaal voltrekt aan spel en dialoog. Daarom maakte ik een kunstspeeltuin voor kinderen én volwassenen. Hopelijk om ook iets van de polarisatie in de samenleving te doorbreken. Bij de opening gingen mensen uit Sint-Denijs het kunstwerk meteen gebruiken. Er kwam iemand die in Up There, Down There een mooie springschans voor zijn motorfiets zag. Natuurlijk mocht hij dat niet uitproberen, maar ik had er wel lol in om te zien hoe wild mensen kunnen fantaseren over het gebruik van een kunstwerk.” 

Ik had er lol in om te zien hoe wild mensen kunnen fantaseren over het gebruik van een kunstwerk
Susanna Inglada
Kunstenaar

Ook Martijn Sandberg heeft de nodige ervaring met publiek gebruik van zijn kunst. In opdracht van BPD maakte hij een kunstbrug voor voetgangers op de Amsterdamse Zuidas, waar BPD twee appartementengebouwen in samenwerking had ontwikkeld. Titel van het werk is Opgelet! Kunstwerk! Opgelet! De goudkleurige stalen spijlen van de brug vormen letters die deze titel spellen. 

“Door de vrijstaande verticale lijnen van die spijlen kun je de brug op elk uur van de dag en vanuit elke hoek anders lezen,” legt Sandberg uit. “Dat is dus specifiek zo gemaakt voor díe brug, op díe plek. Met de kunstbrug probeer ik vragen en verwondering op te roepen: een brug wordt in bouwkundige termen een kunstwerk genoemd, dus wat zie je dan als je een brug ziet, wat ís eigenlijk een kunstwerk?” 

Met de kunstbrug probeer ik verwondering op te roepen: wat zie je als je een brug ziet, wat ís eigenlijk een kunstwerk?

Sandberg wil er niet dik over doen. “De beschouwer maakt uiteindelijk het werk. Die kijkt en interpreteert. Iedereen ziet wat anders. En dat is ook het mooie van kunst in de openbare ruimte, die is van iedereen. Op de eerste plaats is zo’n brug nuttig, want hij verbindt punt A en punt B met elkaar. Maar tegelijkertijd is het een kunstwerk, en kunst hoeft helemaal geen nut te hebben. Het is leuk om met die gegevens te spelen. 

“Het idee voor een kunstwerk ontstaat vaak in een flitsmoment. Ik leg mijn oor te luisteren bij de muze. Haar woord is wet. In die beginfase ligt alles nog open. Zodra je het idee gaat uitvoeren, wordt het ingewikkelder en ga je vooral dingen schrappen. Maar als ik dan telkens weer terugkom bij hetzelfde kernidee, en het beklijft, weet ik dat het idee goed is.

Image
Martijn Sandberg, Opgelet! Kunstwerk! Opgelet!, 2024, Zuidas Amsterdam. In opdracht van BPD & AM. Foto Peter Cuypers

“BPD heeft me bij de kunstbrug fantastisch begeleid. Haasnoot Bruggen, de bouwer van de brug, zat meteen aan tafel, zodat ik me volledig kon richten op het schrijven met de spijlen, samen met mijn partner Atelier Rinzema, met wie ik het ontwerp van de brugleuning heb uitgetekend. 

“Tijdens de samenwerking was het voor ons allemaal bijzonder om de brug in wording te zien: van de eerste schets tot de aanblik op ware grootte in de fabriekshal, waar de brug kant-en-klaar stond opgesteld, en uiteindelijk de plaatsing op locatie. De realisatie vroeg grote precisie en geduld, vooral bij het tekenwerk, laswerk, de montage van elke spijl en de aansluiting van de brug op de kade. En soms zijn er ook stalen zenuwen nodig als je met z’n allen gáát voor een kunstwerk.”

BPD heeft me bij de kunstbrug fantastisch begeleid
Martijn Sandberg
Kunstenaar

Susanna Inglada heeft net de eerste schetsen gemaakt voor haar werk op het voorplein van Het Noordbrabants Museum. Als richtlijn kreeg ze van BPD mee dat het kunstwerk in ieder geval herkenbaar moet zijn als een huis in de breedste zin van het woord. Geïnspireerd op het Huis op Wielen, de modelwoning waarmee het Bouwfonds in de Wederopbouwjaren door Nederland trok. 

“Ik denk nu aan een sculptuur,” peinst Inglada, “geïnspireerd door de mythe van Philemon en Baucis, zoals verteld door Ovidius in De Metamorfosen.” Philemon en Baucis zijn een arm echtpaar dat twee vermomde goden met open armen ontvangt. Als ze de goden een copieus maal serveren, worden ze voor hun gastvrijheid beloond. 

Om zulke ideeën te realiseren heb je een steun in de rug nodig

“Ik stel me voor hoe van buitenaf meerdere verstrengelde mensfiguren een omhelzing rondom de structuur vormen, alsof hun lichamen een huiselijke ruimte beschermen. Die ruimte is fragiel, maar ook veilig en gastvrij. Een plek voor iedereen, maar ook intiem. Bezoekers worden er uitgenodigd om samen te zijn, samen te spelen. Ik groeide op in een dorp in Spanje met een sterke gemeenschapszin. Iedereen keek naar elkaar om, ik kon de hele dag buiten op straat spelen en niemand maakte zich zorgen of dat wel veilig was. In onze verstedelijkte samenlevingen mis ik die sterke banden weleens. Mensen zijn zo op zichzelf gericht. Dat wil ik in mijn werk aankaarten.” 

Opdrachten als deze halen haar uit haar comfort zone, meent Inglada. “Bovendien kan ik nu dankzij BPD nóg groter werk maken dan normaal. Ik kan een productieteam inschakelen om me daarbij te helpen. In mijn studio kan ik bedenken wat ik wil, maar veel van de grote ideeën komen nooit verder dan een schets op papier. Om zulke ideeën te realiseren heb je een steun in de rug nodig. En die heb ik nu.” 

Martijn Sandberg (1967, Den Helder) is beeldend kunstenaar. Met zijn werk tast hij grensgebieden af, zoals de spanning tussen tekst en beeld, leesbaar en niet leesbaar, het privé- en publieke domein. Naast zijn ‘cut paintings’ maakt hij ook site-specific werken in de openbare ruimte en architectuur. 

Susanna Inglada (1983, Banyeres del Penedès) is beeldend kunstenaar. Ze maakt ruimtelijke installaties die zijn opgebouwd uit tekeningen, waarin het menselijk lichaam centraal staat. Haar belangrijkste thema’s zijn machtsrelaties en genderongelijkheid.

Op de hoogte blijven van ons werk?