Veranderen en toch jezelf blijven
In Nederland hebben we veel verschillende landschappen. Zo is op zandgronden generatieslang anders gebouwd dan in de polder. In het eerste geval organisch en kleinschalig, in de polder langs rechte lijnen. Het zijn de ongeschreven regels waarin bewoners zich herkennen. Daarom moet je vooraf kijken: wat is het verhaal van een gebied? Dat doe je met een gebiedsbiografie. Wat is het eigene? Wat kenmerkt deze plek? En hoe kunnen we die zachte waarden naar ontwerpprincipes vertalen? Iedere geslaagde gebiedsontwikkeling begint met het erkennen van het gemeenschappelijke verhaal van het landschap en de gemeenschap. Daarbij is het belangrijk om voort te bouwen op wat er al is; niet uit nostalgie, maar om de continuïteit van de gemeenschap te versterken. Een gebied heeft namelijk – net als een mens – een identiteit.
Geslaagde aanhechting
Voor het bouwen van een gemeenschap heb je een ontwerp nodig. Dat lijken we weleens te vergeten. Het is belangrijk om te kijken hoe dorpen en steden zijn opgebouwd zodat je daar in een nieuwe wijk invulling aan kunt geven. Het zorgt voor herkenning bij de mensen die al in dat gebied wonen. Die aanhechting van een nieuwe wijk betekent dat je kijkt hoe je verbindingen maakt met wat er al is. Een mooi voorbeeld van zo’n geslaagde aanhechting uit de tachtiger jaren is Houten Noord, waar je vanuit het centrum alle buurten met de fi ets kunt bereiken. Door de structuur met kleine kernen voelt nieuwbouw hetzelfde aan als het oude centrum. Bovendien is er veel buitenruimte met groen en speelplekken, en er zijn scholen gebouwd waar in de plannen al rekening werd gehouden met de mogelijkheid om ze na dertig jaar om te bouwen tot bejaardenhuizen. Dat die bejaardenhuizen er vanwege bezuinigingen in de zorg niet zullen komen, valt de plannenmakers – gemeente en woningcorporaties – niet te verwijten; ze bouwden aan een duurzame samenleving.
Gemaakt systeem
Oog voor historie is niet nice to have maar need to have. Zonder loop je het risico dat je bouwt op plekken omdat het toevallig goed uitkomt en dat je keuzes maakt waar we over honderd jaar spijt van hebben. Daarom moet je kijken hoe een gebied zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Het Groene Hart is een voorbeeld van een gebied waarvan de transformatie ons een verhaal vertelt. Van weides voor het vee, naar het afgraven van veen, naar meren om in te vissen, naar drooggemaakte polders waarin stedelingen werden gehuisvest. In de afgelopen eeuwen is in het Groene Hart gewoekerd met de mogelijkheden. Het is een door mensen gemaakt systeem van waterbeheersing dat je op peil moet houden. In alle toekomstvoorspellingen over het klimaat staat het Groene Hart in de volgende eeuw onder water. Toch maakt het verhaal van de plek geen onderdeel uit van de discussie
Door het oude te benoemen maak je mensen ontvankelijker voor wat nieuws
Rode draad
Het startschot voor een gebiedsbiografie wordt meestal gegeven door een provincie of gemeente die behoefte heeft aan een cultuurhistorische onderbouwing van een ruimtelijke ontwikkeling of omgevingsvisie. Door te graven in archieven wordt de hele leefomgeving – van natuur, bodem, waterbeheersing tot ruilverkavelingen – in kaart gebracht. Bij dat onderzoek horen ook diepteinterviews om inzicht te krijgen in de beleving van de bewoners en de wensen van overheden en gebiedspartijen. Door die input te combineren, ontstaat een dieper inzicht in de landschapsontwikkeling dat je vervolgens kunt inbedden in planprocessen. Maar dat niet alleen. Wanneer je dat verhaal vertelt – hoe een gebied de ontwikkeling van een gemeenschap heeft gevormd – verandert de toon in stroeve gebiedsprocessen. Gebiedsbiografie kan helpen als rode draad om meerdere gebieden te verbinden, bijvoorbeeld door een rondweg als onderwerp te gebruiken. Zo’n weg is meer dan alleen een verkeerskundige oplossing, het is een rijke bron van de geschiedenis van een stad. Dat is bijvoorbeeld te zien in Enschede. Aan het einde van de negentiende eeuw had de stad met Edo Bergsma een burgemeester die als een pionier van de ruimtelijke ordening gold. Hij liet een singel rond de stad bouwen: een brede laan met bomen en langs die laan villa’s én arbeiderswoningen. De singel loopt niet rond, maar meandert, waardoor je als je op die singel rijdt steeds een ander perspectief hebt. Mensen voelen zich er mee verbonden en het is de trots van Enschede.
Vlammende ruzies
In Eindhoven is de ringweg het hoofdpersonage waarover een gebiedsbiografi e wordt geschreven. Daar heeft de gemeente behoefte aan een fundament onder haar verbeterplan voor de twaalf kilometer lange ringweg. Anders dan je zou denken heeft deze weg de functie van verdeler, die de automobilist van het ene gebied naar het andere leidt, niet vanaf het begin vervuld. Na de oorlog kwam de aanleg van de weg, die de dorpen Woensel, Tongelre, Stratum, Gestel en Strijp met elkaar moest verbinden, moeizaam tot stand. Door geldgebrek werd er steeds een stukje van de rondweg aangelegd, waardoor veel doorgaand verkeer door het centrum bleef rijden. Duik je in de archieven van Rijkswaterstaat en van de gemeente, dan krijg je een indruk van de trage geboorte van de ringweg en de bestuurlijke strijd die is geleverd over de aanleg van wijken, plantsoen en parken daar omheen. Er ontstaat niet alleen een beeld van de plannen, maar ook van de tijdsgeest. Zo vind je in de notulen vlammende ruzies tussen stedenbouwkundige ontwerpers en verkeerskundigen. Een ideeëngeschiedenis die heel waardevol is. In het ontwerp wil je de ruimtelijke overzichtelijkheid behouden, zodat de omgeving eenvoudig te navigeren is, maar ook de kwaliteit. Hoe geef je allure aan een plan? Dat doe je door te behouden wat waardevol is. Het lijkt tegenstrijdig, maar door de historische waarde te benadrukken krijg je ook ruimte voor verandering.
We onderschatten hoe diep de geschiedenis in ons zit
Een gemeente als Oude Pekela in Groningen heeft een fantastisch landschap met weidse uitzichten en de laagste huizenprijzen van Nederland. Ze kunnen met kwaliteit werken aan woningbouwlocaties en zo het imago van een achtergebleven voormalige veenkolonie van zich afschudden. Door het oude te benoemen, maak je mensen ontvankelijker voor iets nieuws. Hoe verminder je de weerstand bij omwonenden als een zeventiendeeeuwse trekvaart natuurlijke oevers moet krijgen? Zo’n plan, waarbij het talud wordt gewijzigd en de vaart wordt verbreed, kan voor bewoners die verknocht zijn aan die plek als een aantasting voelen. Burgers en lokale politici staan lijnrecht tegenover elkaar. Door het onderzoek naar de historie krijgen opdrachtgever en uitvoerder oog voor die facetten en kunnen ze het ontwerp daarop aanpassen. Op hun beurt graven bewoners zich niet langer in, maar wordt hun vertrouwen hersteld.
Herkenning
Of het nu om een afgebakend project gaat of een grote gebiedsontwikkeling, een gebiedsbiografi e vormt een brug tussen de bewoners en het plan. Ze zorgt voor herkenning en trots. Daarnaast is het ook waardevol voor toekomstige bewoners. Voor hen gaat het niet alleen om de plattegrond en de ligging van hun toekomstige woning, maar ook om de herkenning. Ze worden onderdeel van een groter verhaal. We onderschatten hoe diep de geschiedenis in ons zit. Dat is een zachte waarde die zich lastig laat kwantifi ceren, maar als je die kant aanspreekt gaan mensen zich anders opstellen. Ze kijken door een andere lens.
- Marinke Steenhuis is architectuurhistoricus en partner bij SteenhuisMeurs, een bureau voor cultuurhistorie en gebiedsontwikkeling. Daarnaast is ze verbonden aan de opleiding Gebiedsontwerp van de Academie van Bouwkunst in Groningen.
- Vita Teunissen is architect-onderzoeker en partner bij SteenhuisMeurs, een bureau voor cultuurhistorie en gebiedsontwikkeling. Teunissen is onder meer lid van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit van de gemeente Delft.