Landschappelijk wonen in het Haagse Wateringse Veld
Het gebied waar de grote nieuwbouwijk Wateringse Veld ligt, was ooit een enorm kassengebied. ‘Begin jaren negentig heeft de gemeente Den Haag een deel van het grondgebied van de toenmalige gemeente Wateringen geannexeerd’, zegt gebiedsontwikkelaar Rick Gijzen. ‘Dat had alles te maken met de grote vraag naar woningen die er toen ook al was.’ Wateringse Veld werd een van de 120 Vinex-uitbreidingswijken in het land. Kenmerkend voor deze wijken is dat ze tegen de bestaande stad aan liggen. In tegenstelling tot wat wel wordt beweerd, kennen Vinex-wijken een grote diversiteit aan bouwstijlen en soorten woningen. ‘Dat geldt ook voor Wateringse Veld’, zegt Gijzen. ‘Je hebt hier een buurt met eilanden waar vernieuwende architectuur aan het water te vinden is. En er zijn ook meer traditionele woongebouwen te vinden die verwijzen naar de Haagse School.’ Die architectuurstroming van een eeuw geleden is te herkennen aan de rechtlijnige, kubistische vormen in baksteen. Diversiteit was vanaf het begin van belang. ‘Als je in een gebied meer dan 8.000 woningen wilt bouwen, dan moet je buurten creëren met een eigen identiteit. Door alle negen deelgebieden een eigen profiel te geven, geef je bewoners de mogelijkheid om zich te binden. Dat voelt dan als ‘hun’ buurt,’ legt Gijzen uit. Naast de diversiteit in architectuur kent Wateringse Veld ook veel verschillende soorten huizen: van grondgebonden woningen op vrije kavels tot appartementen. Gijzen: ‘30 procent van de woningen is sociale huur, ongeveer 40 procent is voor middengroepen gebouwd en de overige 30 procent valt in het duurdere segment. Qua bewoners is de wijk dan ook heel gemengd.’
Groenstedelijke wijk
Ondanks de diversiteit heeft de leefomgeving van alle woningen wel iets gemeen. ‘Groen en water zijn altijd dichtbij’, zegt Gijzen als hij op een uitkijkpunt, midden in de wijk, om zich heen wijst. ‘Met recht heet de wijk Wateringse Veld.’ Aan de ene kant wijst hij richting de kerktoren van het dorp Wateringen die op afstand te zien is. Op de voorgrond een rij twee-onder-een-kapwoningen die in een flauwe bocht aan het water liggen met daarnaast een parkachtige groenstrook. Aan de andere kant is de centrale as van de wijk, de Laan van Wateringse Veld. De laan heeft een breedte die misschien wel nergens anders in Nederland te vinden is. ‘Bijzonder zijn de brede groenstroken langs de wegen en de grote waterpartij in het midden’. Gijzen noemt Wateringse Veld niet voor niets een groenstedelijke wijk. ‘Je kan het ook zien als een nieuwe versie van het Haagse tuindorp. Een gebied waar landschap en de stad samengaan. We hebben de land- en waterstroken van de voormalige polder ook als basis gebruikt voor de ontwikkeling van Wateringse Veld.’
Ook Vinex-wijk Wateringse Veld kent een grote diversiteit aan bouwstijlen en soorten woningen
Samen bijsturen
Met de oplevering van de laatste woningen in deelgebied Erasmusveld is de ontwikkeling van Wateringse Veld voltooid. Gijzen is bezig om het bijzondere samenwerkingsverband met de gemeente af te ronden. ‘De gemeente en BPD hebben dit enorme gebied samen ontwikkeld. Dat deden we in een publiek-private samenwerking waarbij we allebei voor 50 procent het risico voor de ontwikkeling hebben genomen.’ Het voordeel van een dergelijke publiek-private samenwerking is volgens Gijzen dat je elkaar goed leert kennen. 'Dat je gebruikmaakt van elkaars kennis en kunde en elkaar vasthoudt, ook als het even tegenzit. Als je ook openstaat voor elkaars belangen en elkaar iets gunt, dan kom je er altijd uit.’ Dat een aanzienlijk deel van Wateringse Veld al was gerealiseerd, heeft ervoor gezorgd dat de bouw tijdens de economische crisis tussen 2008 en 2013 heeft kunnen doorgaan. ‘Natuurlijk hebben we daar ook last van gehad, maar we konden in een rustig tempo door’, zegt Gijzen. ‘Doordat we de ontwikkeling samen deden, konden we ook vrij gemakkelijk sturen op het programma en op de kosten. We hebben de organisatie kleiner gemaakt en we hebben meer voor middengroepen gebouwd dan aanvankelijk het idee was.’
Verschil maken
Bijsturen in gebiedsontwikkeling is niet alleen van belang om lastige economische tijden te overleven. De opgaven en opvattingen veranderen ook door de jaren heen. Gijzen: ‘In Erasmusveld, het laatste deelgebied, hebben we wonen en groen anders ingevuld dan in de eerste ontwikkelde buurten ruim twintig jaar geleden.’ In Erasmusveld zijn geen grote privétuinen te vinden, er is juist veel gemeenschappelijk groen. ‘Dat heeft alles te maken met andere ideeën over ruimtegebruik en over hoe je bewoners in een buurt met elkaar in contact kunt laten komen.’ Dat aan de openbare ruimte extra aandacht is besteed, met wadi’s, een ecologische zone, een buurtmoestuin en kunstwerken, is mede te danken aan het kwaliteitsfonds. ‘In veel van onze gebiedsontwikkelingen reserveren we geld voor extra kwaliteitsimpulsen in het gebied waar we aan werken.' Dat kunnen uiteenlopende initiatieven zijn, zolang ze maar een positieve bijdrage leveren aan de woonbeleving van de buurt. Gijzen: 'Die ideeën komen van onszelf maar zeker ook van de bewoners. Dat kan een moestuin zijn, een extra voetgangersbrug of een steiger om een bootje aan te leggen. Het zijn dingen die voor bewoners echt het verschil maken. Het geeft extra sjeu aan de wijk en het is vooral ook gewoon erg leuk. Door naar de mensen te luisteren maken we zo prettig mogelijke nieuwe wijken.’