Energie stroomt in de Balanswijk
‘Wat netcongestie is, dat hebben mensen vaak wel in de gaten: de vraag naar transport van elektriciteit is groter dan het net aankan. Maar in tegenstelling tot wat sommigen ooit dachten, is netcongestie geen tijdelijk probleem. Daarom hebben we onszelf bij Alliander de vraag gesteld: wat nou als we een innovatieve woonwijk ontwerpen die het bestaande energienet zo min mogelijk belast? Waar je net zoveel duurzame energie opwekt als je gebruikt? Met andere woorden: een wijk die juist zorgt voor meer balans tussen vraag en aanbod. Dat klonk wel een beetje megalomaan. We hebben dus ook meteen gezegd: dit kunnen we niet alleen. Daarom hebben we ontwikkelaars, aannemers, planologen, gemeenten, stedenbouwkundigen en andere partijen uitgenodigd om met ons mee te denken in de Netbewust Bouwen Community.’
Verschil met traditioneel
‘In de klassieke situatie kon je helemaal op het eind, als een wijk klaar was, nog even de stroom aansluiten. Dat gaat nu niet meer. Maar als je veel eerder integraal met elkaar keuzes maakt, kom je ook tot betere oplossingen. Parkeren en energieontwikkeling kun je bijvoorbeeld combineren door op het dak van een parkeergarage zonnepanelen te leggen. En iedere Balanswijk krijgt een centraal energiehuis, waar de opslag en uitwisseling van energie voor de hele buurt wordt geregeld. De Balanswijk wordt dan ook gezien als een van de fundamentele oplossingen voor netcongestie. In zo'n wijk wordt energie zoveel mogelijk opgewekt, bewaard én gebruikt. En dat begint al met zo min mogelijk te verbruiken. Bijvoorbeeld door een huis op een handige manier op de zon te oriënteren: veel winterzon naar binnen voor de warmte, weinig zomerzon erin voor de koelte. Dat wordt nog weleens vergeten bij het verslimmen van het energiesysteem. Het gaat over opwek, opslag en stuurbare apparaten, denken we dan. Maar de goedkoopste energie is de energie die je niét nodig hebt.’
Nieuwe en bestaande balanswijken
‘Niet alleen nieuwbouwwijken kunnen een balanswijk worden. Je kunt in elke fase wat, dat is het leuke. In een bestaande wijk verander je niet meer zo makkelijk het stedenbouwkundig plan, maar kun je bijvoorbeeld wel isolatie en extra transformatorhuisjes toevoegen. In een nieuwe wijk heb je meer opties. In Merwede bijvoorbeeld, het nieuwe stadsdeel in Utrecht dat nu gebouwd wordt, worden woningen verwarmd en gekoeld met collectieve warmte-koudeopslag, onder andere met water uit het Merwedekanaal. Omdat het energieverbruik op wijkniveau wordt gemonitord en ze onder het afgesproken verbruik blijven, kan de stad op andere plekken toch blijven bouwen. In Arnhem werkt Alliander aan het vastleggen van een zogenaamd buurtbudget. Dat is een budget aan vermogen waarbinnen de nieuwe wijk gerealiseerd kan worden. Dan kunnen de partijen in het gebied die schaarse ruimte zo slim mogelijk benutten.’
Het kán wel
‘Voor een balanswijk zijn tal van oplossingen. Warmte uit de bodem of lucht bijvoorbeeld, of warmte die vrijkomt bij rioolwaterzuivering. En met de zon op je dak of gevel wek je je eigen energie op. Maar voor alle innovaties geldt: de apparaten waarmee je opwekt, opslaat en gebruikt, moet je ook slim kunnen aansturen. Zodat ze bijvoorbeeld de energiespits kunnen mijden en pas daarna je auto gaan laden of je huis verwarmen. Maar dan moet je wel een laadpaal of warmtepomp hebben die dat kan. En dat is misschien niet het goedkoopste model dat de bouwer erin heeft gezet. Dus hoe stimuleer je met elkaar dat de slimste apparaten worden gebruikt? Hoe krijgen we de bouwregelgeving toegerust op netbewust bouwen? En hoe zorgen we ervoor dat bewoners geen vliegbrevet hoeven te halen om hun eigen huis te begrijpen? Het is veelomvattend, maar het kán wel. Als alle partijen vroegtijdig en intensief samenwerken, dan kan de Balanswijk voor iedereen een win-winsituatie worden. Uiteindelijk wonen mensen niet ergens vanwege het energienet, maar omdat ze er gewoon gelukkig willen zijn.’