Biobased bouwen: de sleutel tot duurzame gebiedsontwikkeling

Bouwen met natuurlijke materialen die weer aangroeien: het vormt een belangrijke sleutel tot duurzame gebiedsontwikkeling en een circulaire bouwsector. Maar hoe krijgen we biobased bouwen met zijn allen op voldoende schaal van de grond? Pablo van der Lugt (AMS Institute/TU Delft), Atto Harsta (Aldus Bouwinnovatie) en Desirée Uitzetter (BPD) hebben er ideeën over.
Direct naar praktijkvoorbeeld

Niet iedereen zal er weet van hebben gehad, maar 19 februari 2022 was De Dag van het Natuurlijk Kapitaal. De boodschap: Nederland heeft in de eerste 50 dagen van 2022 al meer natuurlijke hulpbronnen gebruikt dan het in de rest van het jaar kan vernieuwen. Om in al onze behoeften te voorzien, heeft ons land dus ruim zeven Nederlanden nodig. De wereld als geheel heeft bijna twee planeten nodig. Kortom, de minerale grondstoffenkoek raakt op en de bodem komt in zicht. De gebouwde omgeving levert een substantiële bijdrage aan deze negatieve ontwikkeling. Het slokt enerzijds 44% van de gewonnen materialen op en stoot anderzijds 39% van de wereldwijde CO2 uit.

Hout genoeg

Biobased bouwen lijkt momenteel één van de belangrijkste middelen om deze negatieve impact om te buigen. Pablo van der Lugt, medeauteur van ‘De Houtbouw Revolutie’ weet het eigenlijk wel zeker. ‘Naaldbomen lenen zich, verwerkt tot massieve panelen zoals Cross Laminated Timber (CLT), uitstekend voor grootschalig en hoog bouwen met hout. Dat komt mooi uit, omdat duurzaam beheerde naaldbossen vanzelf weer aangroeien. Je put de aarde er dus niet mee uit. Bovendien zijn er in Europa enorme hoeveelheden naaldhout extra beschikbaar. Daarvan kan zeker zo’n 50 miljoen kuub hout voor de bouw worden gebruikt. Voor een gemiddelde grondgebonden woning heb je 50 kuub nodig, dus we kunnen houtbouw nog enorm opschalen.’ Om enige voorbeelden van de (potentiële) beschikbaarheid te geven: in Finland groeit elke 14 seconden een nieuw huis aan hout en Duitsland bestaat voor een derde uit bos. Atto Harsta, de andere auteur van het boek, benadrukt dat houtbouw technisch gezien kan, en dat er inmiddels veel voorbeelden van zijn. ’Traditionele bouwmaterialen zoals staal en beton hadden het voordeel dat de materiaalsterkte altijd constant en dus betrouwbaar was. Met de komst van CLT en ander ‘mass timber’ heeft hout die kwaliteit nu ook. Zo benadert LVL (Laminated Veneer Lumber) de structuurefficiëntie van staal. En van bijvoorbeeld glulam (gelamineerd lijmhout) is in Italië een koepel van 146 meter gebouwd. Omdat hout zo licht is, heb je daar geen kolommen bij nodig. Als je een dergelijke koepel van beton zou bouwen, heb je nog eens 50% van die hoeveelheid aan beton nodig voor een draagconstructie. Dat is zeer inefficiënt materiaalgebruik.’

Switi Amsterdam Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
In de wijk Switi in Amsterdam Zuidoost komen 45 appartementen en 24 eengezinswoningen van hout en bamboe.
Schoner en sneller

Binnen de circulaire ambitie kan houtbouw dus een enorme rol spelen. Het vormt een hernieuwbare bron van bouwmateriaal en kan het gebruik van niet-hernieuwbare materialen met een hoge CO2-voetafdruk, zoals beton en staal, sterk terugdringen. Daarnaast kent het tal van andere voordelen. Van der Lugt schetst dit aan de hand van de bouw van Dalston Works, een appartementengebouw met tien verdiepingen in Londen, volledig opgetrokken uit CLT. ’Daarmee heeft het 20% van het gewicht dat het gehad zou hebben als het van beton was gebouwd. Dit betekende 80% minder transportbewegingen op de bouwplaats en een versnelling van het bouwproces met negen maanden. Er is dus korter en minder sprake van overlast op de bouwlocatie, en minder uitstoot van CO2 en stikstof.’ Dat CO2-mes snijdt in het geval van houtbouw aan meerdere kanten. Hout slaat namelijk CO2 op, waardoor houten gebouwen feitelijk als CO2-opslag fungeren. De bomen die (bijvoorbeeld dankzij duurzaam boscertificering van PEFC en FSC) weer aangroeien en de gebruikte bomen vervangen, slaan op hun beurt ook CO2 op. Daar komt nog bij dat je met houtbouw de CO2-uitstoot vermijdt die vrijkomt bij traditionele bouwmaterialen. Het gebruik van 1 ton hout in plaats van 1 ton staal of beton, bespaart maar liefst 1.5 ton CO2. Ter illustratie: elke ton CO2-uitstoot doet 3 kubieke meter poolijs smelten …

Green Deal Houtbouw

De vele voordelen van biobased bouwen gecombineerd met de zware ecologische voetafdruk van de bouwsector, maken het onvermijdelijk dat de sector ermee aan de slag gaat. Zeker ook gezien de doelstellingen die op mondiaal, Europees en nationaal niveau geformuleerd zijn. Om dichtbij huis te blijven: Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. 'Dan moet je als sector iets doen’, vindt Desirée Uitzetter, directeur Gebiedsontwikkeling bij BPD. Zij is vanuit haar nevenfunctie als voorzitter van branchevereniging NEPROM betrokken bij landelijke initiatieven op het gebied van biobased bouwen, en ondertekende namens BPD de Green Deal Houtbouw voor de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De ambitie van dit convenant is om vanaf 2025 alle nieuwbouw voor minimaal 20% met hout en biobased materialen uit te voeren. Om dit waar te maken, moeten nog veel stappen gezet worden: in de regelgeving, in de ontwikkel- en bouwketen, in de waardering van de consument, aan de kostenkant en in de ontwerpopgave. Op deze aspecten wordt in samenhang door publieke, private en kennispartijen intensief samengewerkt; in de MRA maar ook breder in Nederland. ‘Dat sluit goed aan op de duurzaamheidsstrategie van BPD. Wij willen duurzaam versnellen bij het ontwikkelen van toekomstbestendige leefomgevingen. Daarbij gaan we uit van vier pijlers: klimaat & landschap, energie, circulair en mobiliteit. Circulair vertalen we op dit moment in biobased bouwen bij enkele projecten, zoals Elix in Zeist (zie kader), Switi in Amsterdam en Bosrijk in Eindhoven. We zouden graag opschalen maar dan moeten we wel met elkaar de stappen verkennen die daarvoor nodig zijn en meer kennis opbouwen.’

Vooroordelen ontkracht

Biobased bouwen kent veel voordelen en de sector lijkt bereid het te omarmen. In Nederland is al behoorlijk wat houtbouw verrezen, van het hoofdkantoor van Triodosbank in Zeist en Hotel Jakarta in Amsterdam tot aan HAUT (met 73 meter ‘s lands hoogste houten woongebouw) en kleinschalige projecten met houten sociale huurwoningen zoals van corporatie Wonen Limburg in Weert. Toch laat de echte doorbraak ogenschijnlijk op zich wachten. Heeft dat wellicht te maken met kritische vooroordelen? Van der Lugt weet deze ‘houtmythen’ goed onderbouwd te ontkrachten. ‘Houtbouw zou duurder zijn dan conventionele bouwconstructies. Maar als je gebruik maakt van de unieke eigenschappen van massief hout, zoals prefabricage, het lage gewicht, de snellere bouwtijd, de esthetische en maatschappelijke kwaliteiten en de restwaarde, dan zijn de kosten competitief. Als je dan ook nog de potentiële CO2-kredieten en de gezondheidsvoordelen meeneemt, plus de toenemende schaalvoordelen, dan zou het heel goed kunnen dat de balans in de nabije toekomst doorslaat ten gunste van houtbouw.’ Een andere vooroordeel betreft de brand(on)veiligheid van houtbouw. ’Als massief hout brandt, verkoolt de buitenste laag, terwijl de onderliggende constructie zijn capaciteit behoudt. Elke minuut wordt die koollaag iets dikker, waardoor het materiaal een brand 120 minuten lang weerstaat. Daarmee voldoet het aan de strengste brandveiligheidseisen.’

Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
In de bosrijke buurt Kerckebosch in Zeist ontwikkelt BPD de nieuwe wijk Elix. De woningen zijn grotendeels gebouwd met biobased materialen en gaan op in de groene omgeving.
Van boer tot beleid

Toch valt er nog het nodige missiewerk te verrichten. Voor houtbouw, maar ook voor het gebruik van andere biobased materialen zoals riet, hennep en vlas (dat bijvoorbeeld ingezet kan worden als isolatiemateriaal). Harsta denkt dat het te maken heeft met de fase van de ontwikkeling waarin biobased bouwen zich bevindt. ’Wij hebben ons boek niet voor niets “De Houtbouw Revolutie” genoemd. Dit gaat echt om een vernieuwing. En bij vernieuwingen moeten betrokken partijen met elkaar een leercurve doormaken. Daarbij moet iedereen bereid zijn tot concessies. De ontwikkelaar moet misschien even genoegen nemen met iets minder rendement. Gemeenten kunnen houtbouw stimuleren door een lagere grondprijs te rekenen. Vervolgens is het een kwestie van doen. Ontwikkelaars en gemeenten die erin geloven en samen aan de slag. Dat hebben we nodig om te leren en om ervoor te zorgen dat er in Nederland een keten voor biobased bouwen ontstaat. Dan heb je het over de boeren die producten verbouwen, bedrijven die dat product verwerken, bouwers en ontwikkelaars die het gebruiken, burgers die de woningen kopen, beleggers die erin investeren en beleidsmakers die het mogelijk maken. Kortom, van boer tot beleid en alles wat daar tussenin zit. In feite maak je daarmee ook een logische koppeling tussen het woningvraagstuk en de problemen die wij hebben met de landbouwsector. De verbouw van biobased bouwmaterialen kan een mooi alternatief zijn voor agrarische activiteiten die veel stikstof uitstoten, zoals de veeteelt.’

Tekst loopt door onder beeld

Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling
Elix Zeist Houtbouw Bpd Bouwfonds Gebiedsontwikkeling

Een nieuwe kijk is noodzakelijk

Vanuit het perspectief van de ontwikkelaar ziet Uitzetter dat biobased bouwen nog enkele andere specifieke uitdagingen met zich mee brengt. ‘Bouwpartners die de productielijn voor biobased en houten woningen opzetten, met wie gaan we in zee en hoe betrekken we hen zo goed mogelijk in onze gebiedsontwikkelingen, zeker op de grotere locaties? Omdat het op grotere schaal bouwen in hout en andere biobased materialen in Nederland nog geen gemeengoed is, merk je bij gemeenten, bij de brandweer, bij de constructeur, maar bijvoorbeeld ook bij verzekeraars dat deze materialen nog te onbekend zijn. Er valt nog veel te leren en te ontwikkelen. Ook in de samenwerking met de gemeenten heerst nog onwennigheid. Doorgaans betalen we als ontwikkelaar voor ambtelijke uren voor begeleiding van projecten. Maar met zo’n nieuw onderwerp als biobased bouwen, is het belangrijk om het leerproces echt samen door te maken. Het is een kwestie van er samen in investeren, en er samen open voor staan. Per slot van rekening gaat dit niet om ons, maar om woningzoekenden die een kwalitatief goede, duurzame en betaalbare woning willen betrekken. De noodzaak om deze stap te zetten is duidelijk, alleen weten we nog niet precies welke keuzes we op welk moment moeten maken. We moeten er met alle betrokkenen voor zorgen dat we samen genoeg weten om dit voor elkaar te krijgen.’ Kortom: een nieuwe kijk is noodzakelijk. Ondanks alle voordelen van biobased bouwen doemt in de praktijk steeds het probleem op dat het sociale verandering vergt om consumenten en de bouwsector te overtuigen van bouwen met hout. Om het haalbaar en betaalbaar te maken, moet er schaalvergroting plaatsvinden. BPD heeft de missie om het systeem te helpen veranderen en de revolutie te versnellen. Ook al kan één gebiedsontwikkelaar of één sector het CO2-probleem niet alleen oplossen, we moeten doen wat we kunnen. Als de auto-industrie, de luchtvaart, de industrie en de landbouw ook hun deel doen, moet het lukken. Van der Lugt is sowieso blij met elk initiatief dat BPD en andere ontwikkelaars nemen. ‘Als zij actief inzetten op biobased bouwen, durven andere partijen erin te investeren. Ontwikkelaars die projecten opstarten met biobased bouwen, trekken de hele keten mee. Dat is onmisbaar om op grote schaal duurzaamheidswinst te behalen.’

Elix, Zeist

In de bosrijke buurt Kerckebosch in Zeist verrijzen 14 houten woningen. Met hun natuurlijke uitstraling lijken ze op comfortabele wijze te gast te zijn in de groene omgeving. Geen wonder, want de woningen van Elix zijn grotendeels gebouwd met biobased materialen.

Een gevel van bamboe composiet, een casco van CLT (massief cross laminated timber), vlas en katoen als isolatiemateriaal, houtskeletbouw voor de binnenwanden en -afhankelijk van de wens van de koper- wandafwerking met 3S (een dunne versie van CLT). BPD en aannemer ECO+BOUW gebruiken bij de realisatie van Elix zoveel mogelijk natuurlijke, hergroeibare materialen. De voordelen van deze bouwmethodiek zijn legio. In zijn algemeenheid draagt het bij aan de generieke duurzaamheidsdoelstellingen: bij de productie en het vervoer van de biobased materialen komt minder CO2 vrij. Bovendien slaat het gebruikte hout tijdens de groei CO2 op. De materialen zijn demontabel, waardoor ze een bijdrage leveren aan de circulaire economie. En ze zijn hernieuwbaar. Van uitputting van grondstoffen is bij biobased bouwen dus geen sprake. Daarnaast zijn er de voordelen voor het binnenklimaat van de woningen. De gebruikte natuurlijke vezels beschikken over een hoog warmte accumulerend vermogen, waardoor ze hittestress tegengaan. Ook hebben ze een vochtregulerende werking: ze nemen vocht op en geven het ook weer vrij, waardoor het binnen nooit te vochtig of te droog is. Er ontstaat een constant binnenklimaat qua temperatuur. Dit reduceert het energieverbruik. Woningen van biobased materialen, zo wijzen diverse onderzoeken uit, zijn gezond. Mensen die in een binnenomgeving van massief hout slapen, kennen gemiddeld een uur minder hartslag per nacht. Ze worden uitgerust wakker en rekken de levensduur van hun hart op. Gezondheidsvoordelen zijn er ook voor medewerkers die met de natuurlijke bouwmaterialen werken. Er zitten namelijk geen chemische toevoegingen in.

Dat biobased bouwen in Nederland nog enigszins in de kinderschoenen staat, werd tijdens de ontwikkeling van Elix wel duidelijk. Zo schuurt het gebruik van de hernieuwbare materialen met de huidige regelgeving, die nog altijd is ingericht op het gebruik van beton, staal en kalkzandsteen. Bij Elix bleek dit bijvoorbeeld bij het isoleren van de verspringende gevels. De brandklasse waarin de biobased materialen momenteel vallen, is ongunstiger dan die van traditionele materialen. Daarom moest een strook steenwol worden toegepast, in plaats van vlas. Om de brandklasse van de biobased materialen te verbeteren, zijn nieuwe en kostbare brandtests nodig. Daar wordt nu door toeleveranciers aan gewerkt.

Een belangrijke les is ook dat biobased materialen vanaf het begin van het proces leidend moeten zijn om ze optimaal te kunnen toepassen. Architectonische vrijheid kan ertoe leiden dat dit in mindere mate het geval is. Het verdient aanbeveling om van begin af aan gespecialiseerde adviseurs en een idem bouwpartner in het ontwikkelproces te betrekken.

Meer info over Elix

Op de hoogte blijven van ons werk?