Samen aan de knoppen draaien voor betaalbaarheid

In het nieuwe regeerakkoord staat het zwart op wit: veel, snel en voor twee derde ‘betaalbare’ woningen toevoegen. De woningbouwambities stapelen zich op, terwijl ook de huisvestingslasten stijgen. Tijd om met elkaar te kijken aan welke knoppen we kunnen draaien om wonen betaalbaar te houden. Frans Merks, asset manager bij BPD Woningfonds, denkt vooruit.

Er zijn knoppen waar onze huurders aan kunnen draaien én er zijn die waar wij als fonds aan kunnen draaien om wonen zo betaalbaar mogelijk te houden. Denk bijvoorbeeld aan de hoogte van de servicekosten van een woning. Maar met de huidige inflatie zien we ook een belangrijke rol weggelegd voor gemeenten. Het nieuwe regeerakkoord schrijft voor dat twee derde van alle nieuw te bouwen huur- en koopwoningen in de categorie ‘betaalbaar’ moet vallen. Ze moeten bereikbaar zijn voor de huishoudens met een middeninkomen. Dit sluit aan bij onze ambities. Bij BPD Woningfonds willen we in 2028 15.000 nieuwe, betaalbare en duurzame middenhuurwoningen aan de woningmarkt hebben toegevoegd, bestemd voor huishoudens met een middeninkomen. Onder ‘betaalbaar’ verstaan wij niet alleen de te betalen huur door bewoners, maar ook de totale huisvestingslasten. Denk aan kosten voor verzekeringen, onderhoud, schoonmaak en energie. Wat betreft dat laatste. De energielasten zijn de afgelopen tijd fors gestegen. Doordat wij als fonds uitsluitend duurzame, energiezuinige woningen ontwikkelen, kunnen we de impact van deze stijging voor onze huurders gelukkig beperkt houden. Daarnaast kunnen we de hoogte van de servicekosten enigszins beïnvloeden. Dit doen we door mee te denken over manieren waarop huurders zelf controle hebben en houden over hun gebruik. Bijvoorbeeld: door in onze huurwoningen ramen te zetten die naar binnen kunnen worden geopend, kunnen huurders zelf hun ramen wassen. Raambewassingsapparatuur en glazenwassers zijn daarmee overbodig. Dat bespaart kosten.

Onder ‘betaalbaar’ verstaan wij niet alleen de te betalen huur door bewoners, maar ook de totale huisvestingslasten

Met de huidige inflatie zien we ook een belangrijke rol voor gemeenten om aan deze betaalbaarheidsknoppen mee te draaien. Het is gemeengoed dat we op basis van lokale verordeningen per gemeente afspraken maken over maximale huurprijzen van onze huurwoningen. Ook spreken we af hoelang we deze woningen beschikbaar houden voor huurders, gemiddeld tussen de tien en twintig jaar. Ten slotte maken we met hen een afspraak over de jaarlijks toegestane indexatie van (maximale) huurprijzen van deze middenhuurwoningen. Hier wringt momenteel de schoen. Het goede nieuws: r is een landelijke afspraak voor deze maximale indexatie. Dat is de Consumenten Prijs Index (CPI) + 1%. Een gemeente als Amsterdam volgt dit beleid. Maar ik zie dat lang niet alle gemeenten dit hanteren. Het gevolg? Institutionele beleggers in betaalbare middenhuurwoningen krijgen de langjarige exploitatie niet dekkend. En het proces vertraagt. Gemeenten: een draai aan deze knop is cruciaal. Het volgen van deze landelijke norm stelt ons namelijk in staat om: 1) een kwalitatief woon- en leefklimaat aan huurders te bieden en 2) een gebied rendabel te ontwikkelen mét voldoende betaalbare middenhuurwoningen. Zo blijven partijen als BPD Woningfonds langjarig investeren in deze zo broodnodige middenhuurwoningen. Daarmee wordt het haalbaar: veel, snel en betaalbaar wonen.

BPD Magazine ontvangen?

Deze column verscheen in BPD Magazine. De volgende editie kosteloos op uw deurmat ontvangen?