Richard Florida: 'Winnaars en verliezers'

De creatieve klasse heeft in veel opzichten de stad gered, alleen blijkt nu dat niet iedere stedeling deelt in het succes. Door stijgende woonkosten gaapt een steeds diepere kloof tussen stadsbewoners. Daarom moeten we werk maken van inclusief urbanisme betoogt stedelijk geograaf Richard Florida.

Naar alle artikelen

Twitter LinkedIn Facebook Mail

Er waait een nieuwe wind in het debat over de toekomst van steden. Het besef groeit dat stedelijke inrichting niet alleen gaat over slimme verdichting, meer bedrijvigheid en verlevendiging van een paar wijken in de binnenstad. Dat is simpelweg niet genoeg voor een gelukkige stad, zo is gebleken. Kijk maar naar de opkomst van het populisme. Wie zich daarover nog verbaast, zou eens goed naar de stedelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren moeten kijken, en de betekenis van die ontwikkeling voor zowel stad als land. Want waarom voelen zoveel kiezers zich benadeeld? Het antwoord op die vraag ligt in hun dagelijkse leven. Ze hebben de grootste moeite om goed betaald werk en een betaalbaar huis te vinden in de stad. En heus niet alleen in hartje New York, maar ook in Berlijn en Amsterdam - en steeds vaker in de tweede en derde steden van het land.

Ik heb gezien hoe de welvaart in steden zich steeds meer concentreert in een paar buurten in en rond de binnenstad, terwijl andere wijken verarmen. In steden - groot en klein - lijken nog maar twee smaken te zijn overgebleven: die van winnaars en verliezers. De campagnes voor verkiezingen en referenda in allerlei westerse landen vertonen de afgelopen jaren dan ook steeds dezelfde tegenstelling: een kleine progressieve stedelijke elite versus de rest - de winnaars tegen de verliezers. Wat betekent dat voor mijn werk en verantwoordelijkheid als stedelijk geograaf? Dat houdt me dagelijks bezig.

Geograaf Richard Florida

Sociale en economische kloof

Toen ik in 2002 het boek The Rise of The Creative Class schreef, liet ik mij inspireren door het positieve, scheppende vermogen van een creatieve elite om een stad nieuw leven in te blazen. Onderzoek wees namelijk uit: maak de stad aantrekkelijk voor kenniswerkers, ontwerpers en ondernemers en ze zullen andere bevolkingsgroepen meetrekken in de positieve ontwikkeling. Als het goed gaat met de creatieve klasse, volgt de rest vanzelf. Bestuurders, investeerders en ondernemers namen de raad ter harte. Ze trokken aantrekkelijke werkgevers aan voor de creatieve mensen om de stad te doen herleven. En maakten de weg vrij voor de bouw van aantrekkelijke woningen en een prettige leefomgeving voor deze groep.


Tot op zekere hoogte heeft de opkomst van de creatieve klasse zijn belofte wel ingelost. De groei van een innovatieve stedelijke economie heeft geleid tot meer werkgelegenheid - en dan vooral voor de creatieve klasse zelf - en hogere lonen, ook voor de lagere inkomensgroepen. Maar naar nu blijkt, is dit niet voldoende. Uiteindelijk geniet maar een kleine groep, in een beperkt aantal wijken, onevenredig van de voordelen van gentrificatie. Ondanks de inkomensgroei kunnen sommige bevolkingsgroepen de stijgende woonkosten in de stad niet bijbenen. Er is een sociale en economische kloof ontstaan, en die wordt gevaarlijk groot als we niets doen. We moeten toe naar inclusieve, welvarende woon- en werkcentra waarin iedere stadsbewoner kan participeren.

The New Urban Crisis. How Our Cities Are Increasing Inequality, Deepening Segregation, and Failing the Middle Class - and What We Can Do About It, Richard Florida, 2017.

Inclusief urbanisme

Het is misschien geen populaire conclusie, maar de tijd is rijp om de creatieve klasse, politici en ondernemers op hun verantwoordelijkheid te wijzen. Natuurlijk trekken mensen niet naar de stad met het doel meer ongelijkheid te scheppen. Maar laten we er geen doekjes om winden: precies dat is wel een ongelukkige bijwerking van gentrificatie geweest. Onder bestuurders, ondernemers en stadsontwikkelaars groeit nu het besef dat inclusiviteit hoog op de agenda hoort bij stedelijke inrichting en stadsbestuur. Onder kenniswerkers, ontwerpers en ondernemers merk ik dat zij zich zelfs schuldig voelen dat ze hebben gezorgd voor het ontstaan van sociale segregatie. Maar het is geen kwestie van schuld; de creatieve klasse is juist nu nodig als bondgenoot om het tij te keren. Onder meer door in de buurten waar ze wonen en in bedrijven waar ze werken een bijdrage te leveren aan meer diversiteit en participatie. We hebben de kans én de plicht om de stad naar onze hand te zetten. We moeten toe naar wat ik inclusief urbanisme noem.

Op een aantal terreinen is vooruitgang te boeken. Voor meer diversiteit en een levende en werkende stad zijn in de eerste plaats betaalbare woningen nodig op centrale plekken. Dat grote, kapitaalkrachtige bedrijven de stad in zijn getrokken, is geweldig voor mensen die er kunnen werken en er de lonen verdienen om in de buurt te wonen. Maar voor lager betaald werk en dienstverlenende beroepen is daardoor steeds minder ruimte. Daarom pleit ik ook voor meer banen in de stad die de lagere en middenklasse ondersteunen, gepaard met een effectieve aanpak van armoede. Daarnaast moet er sowieso meer worden geïnvesteerd in efficiënt openbaar vervoer en duurzaamheid.

Wat bij al deze actiepunten helpt, is een sterke lokale gemeenschap met krachtige, betrokken leiders. Reden om meer macht aan steden te geven om burgers en politici dichter bij elkaar te brengen. We hebben behoefte aan een nieuw politiek systeem dat mensen een groter aandeel in hun eigen leefomgeving biedt. Er moet ook meer ruimte komen om de stad, informeel, buiten de politiek om te vormen. Laten we de capaciteiten van lokale bedrijven en buurtcommissies vooral gebruiken. Er worden nu nog te vaak top-down oplossingen bedacht, terwijl bottom-up veel beter werkt. Inclusief urbanisme vraagt ook een krachtige private-publieke samenwerking en een groter beroep op de maatschappelijke verantwoordelijkheid van ondernemingen - van projectontwikkelaars tot belangrijke lokale werkgevers en grote kapitaalkrachtige bedrijven. In sommige Amerikaanse steden zijn initiatieven om elke private dollar die wordt uitgegeven aan stadsverbetering te verdubbelen met een dollar uit de publieke kas.

School of Cities

Toch moet de focus niet blijven liggen op de eigen stad, als ware het een eilandje in de wereld. Ook moeten we ons niet blindstaren op supersteden zoals New York, Londen en Tokio. Daarvoor is de wereld te klein geworden. Verstedelijking is de grootste uitdaging van de 21ste eeuw voor de héle wereldbevolking. De grote vraagstukken hebben namelijk internationale impact en houden direct verband met steden: energie, klimaat, maatschappelijke onrust, armoede en economische ontwikkeling. Het antwoord hierop vraagt om een integrale aanpak waarbij meerdere disciplines zijn betrokken.


Het probleem is dat eigenlijk niemand precies weet hoe we met deze enorme opgaven moeten omgaan, behalve dan dat ze een integrale aanpak vragen waarbij meerdere disciplines worden betrokken. Ik zie een grote rol weggelegd voor stadsontwikkelaars en stadsbewoners zelf. Zoek de kennis lokaal en deel best practices met elkaar wereldwijd. Er is namelijk niet één prachtige voorbeeldstad, die alles precies goed doet en waarvan we kunnen kopiëren. Elke stad heeft zijn eigen kenmerken, type economie, bevolkingssamenstelling, en geografische kansen en beperkingen. Londen verricht goed werk om achtergestelde buurten op te knappen, Berlijn richt zich op de betaalbaarheid van wonen in de stad. Daarom is het goed voor steden om internationaal best practices te delen en samenwerking te zoeken - ook al zijn ze in bepaalde opzichten ook elkaars economische concurrenten geworden.

In Canada is dit voorjaar ‘s werelds eerste School of Cities geopend, verbonden aan de University of Toronto. Waarom volgen andere regio’s dat voorbeeld nog niet? Centra waar mensen uit verschillende disciplines ideeën en oplossingen kunnen verzinnen en uitwisselen? We hebben dat soort nieuwe instituten hard nodig. Als we serieus geloven dat het stadsleven de toekomst heeft - let wel: tegen 2050 woont tweederde van de wereldbevolking in stedelijk gebied - moeten we eerst leren hoe het moet.

Dit essay verscheen eerder in BPD Magazine 8

BPD Magazine ontvangen?

Twee keer per jaar gratis het BPD Magazine op uw deurmat. Het magazine met de laatste trends rond gebiedsontwikkeling.

Ja, ik wil het magazine ontvangen

Richard Florida

Stedelijk geograaf Richard Florida maakte in 2002 faam met The Rise of the Creative Class. In dit boek betoogt hij dat steden zichzelf uit het slop kunnen trekken door te investeren in een nieuwe creatieve klasse van kenniswerkers, ontwerpers en ondernemers. Vorig jaar publiceerde hij The New Urban Crisis, waarin hij stilstaat bij een onbedoeld gevolg van gentrificatie: het ontstaan van een sociale en economische kloof in steden, en hoe we die weer kunnen dichten. Florida is Amerikaan, maar woont en werkt in Toronto waar hij is verbonden aan de University of Toronto.

Interessant? Delen! Twitter LinkedIn Facebook Mail
Integrale gebiedsontwikkeling
Nostalgie van oude Campina melkfabriek blijft behouden in nieuwbouw De Zuivelfabriek
Meer weten
Toekomstgerichte oplossingen
Column: Lof der domme mobiliteit
Meer weten
Integrale gebiedsontwikkeling
Platform Kamperpoort: koppelt de fysieke opgave aan een sociale opgave
Meer weten